
Aandelen goud kopen: mijners, royalty of fysiek goud
Wie aandelen goud kopen intikt, krijgt drie totaal verschillende producten voorgeschoteld die allemaal goud heten. Een goudmijner, een royaltybedrijf en fysiek goud reageren elk anders op de goudprijs, op kosten en op rente. Vorige maand stond ik op een verjaardag naast een ondernemer die vertelde dat hij goud had gekocht, maar hij bleek aandelen in een goudmijn te bezitten. Die stonden flink in de min, terwijl de goudprijs in dezelfde periode juist was gestegen.
Kijk, een goudaandeel is geen goud. Je koopt een bedrijf met personeel, schulden, graafmachines, energierekeningen en een directie die soms rare dingen doet. Dat verschil bepaalt of je straks een mooi rendement maakt of leergeld betaalt.
De vraag komt ook niet toevallig nu op. De Fed beslist deze week over de rente en houdt die naar verwachting gelijk, terwijl de Amerikaanse tienjaarsrente flink is opgelopen en hypotheekrentes boven 7% volgens CNBC het nieuwe normaal worden. Tegelijk brokkelt het vertrouwen in de handel rond kunstmatige intelligentie af, nu Torsten Slok van Apollo buiten Big Tech nauwelijks financieel rendement ziet en Goldman Sachs verwacht dat de impuls van AI voor de economie zijn piek nadert.
Veel beleggers kijken op dat moment naar goud als tegenwicht. In dit artikel leg ik uit hoe goudmijners, royaltybedrijven en fysiek goud van elkaar verschillen, waarom goudmijnaandelen harder bewegen dan het metaal zelf en hoe je als actieve belegger het type kiest dat bij jou past. Ik werk Franco-Nevada daarbij volledig uit als voorbeeld, inclusief de klap die dat bedrijf in 2023 moest verwerken.
Is het kopen van aandelen goud hetzelfde als goud kopen?
Wie een aandeel Shell koopt, verwacht ook niet dat de koers precies met de olieprijs meebeweegt. Toch denken veel beleggers precies dat over goud. Ze kopen een goudmijnaandeel en gaan ervan uit dat ze daarmee goud in handen hebben, alleen dan via de beurs.
Dat klopt dus niet. Wanneer je goudaandelen overweegt, kies je in feite uit drie heel verschillende soorten bezit, elk met een eigen risicoprofiel.
- Fysiek goud en producten die de goudprijs volgen. Je bezit het metaal zelf of een directe claim erop. Je hebt geen kasstroom en geen dividend, wel een waarde die één op één met de goudprijs meebeweegt.
- Goudmijnaandelen. Bedrijven als Newmont, Barrick en Agnico Eagle halen het goud zelf uit de grond. Ze dragen alle kosten, alle investeringen en alle operationele ellende.
- Royalty- en streamingbedrijven. Partijen als Franco-Nevada, Wheaton Precious Metals en Royal Gold financieren mijnen in ruil voor een deel van de opbrengst. Ze graven zelf niets, maar verdienen wel mee.
Fysiek goud is de meest pure vorm van blootstelling aan de goudprijs, en daar heb ik eerder uitgebreid over geschreven in mijn artikel over waarom goud je vermogen kan beschermen. Ik ga die argumenten hier niet herhalen. In dit stuk staat centraal welk soort aandeel je koopt wanneer je via de beurs aan goud wilt verdienen.
Nou, dan de vraag die ik vaak krijg over trackers. Veel beleggers grijpen naar een fonds dat de goudprijs volgt of naar een mandje met alle mijnaandelen tegelijk. Daarmee koop je de goed geleide mijnen en de slecht geleide in één klap, en je zit er gewoon vol in als de sector 40% of meer daalt.
Geen selectie, geen bescherming, geen eigen oordeel. Voor wie bereid is tijd en aandacht te steken in een paar bedrijven, valt er wat dat betreft veel meer te halen.
| Fysiek goud | Goudmijner | Royalty- of streamingbedrijf | |
|---|---|---|---|
| Wat bezit je | Het metaal zelf | Een bedrijf dat goud delft | Een bedrijf met rechten op een deel van de opbrengst |
| Gevoeligheid voor goudprijs | Eén op één | Versterkt, omhoog én omlaag | Gematigd versterkt |
| Kostenrisico | Opslag en verzekering | Hoog (energie, lonen, materieel) | Laag, vaste afspraken vooraf |
| Dividend | Geen | Wisselend, sterk afhankelijk van goudprijs | Doorgaans laag, vaak gestaag groeiend |
| Grootste risico | Prijsdaling zonder kasstroom | Kostenexplosie, mijnproblemen, politiek | Afhankelijkheid van partnermijnen, hoge waardering |
Die tabel laat in één oogopslag zien waarom de ondernemer op die verjaardag zo verbaasd was. Hij dacht dat hij in de linkerkolom zat, terwijl hij in de middelste kolom stond.
Waarom stijgen goudmijnaandelen harder dan goud?
Een goudmijn werkt als een vergrootglas op de goudprijs. Een kleine beweging in het metaal wordt een grote beweging in de winst, en dus in de koers. Dat is precies waarom goudmijnaandelen in een stijgende markt zo aantrekkelijk lijken.
Goed, een rekenvoorbeeld met ronde getallen maakt dit helder. Dit zijn bewust geen actuele koersen, het gaat om het mechanisme.
Stel dat een mijn per ounce $1.500 aan totale kosten maakt en goud $2.000 kost. De marge is op dat moment $500 per ounce. Stijgt goud met 10% naar $2.200, dan groeit de marge naar $700, en dat is 40% meer winst bij een goudprijs die maar 10% steeg.
Precies hetzelfde werkt de andere kant op. Daalt goud met 10% naar $1.800, dan zakt de marge naar $300, oftewel 40% minder winst. En als de kosten in de tussentijd ook nog oplopen, wordt het snel pijnlijk.
Een goudmijner geeft je geen goud. Hij geeft je de marge tussen de goudprijs en zijn eigen kosten, en die marge beweegt veel wilder dan het metaal zelf.
Om die kosten vergelijkbaar te maken, introduceerde de World Gold Council in 2013 de maatstaf all in sustaining costs, kortweg AISC. Daarin zitten niet alleen de directe productiekosten, maar ook de onderhoudsinvesteringen, exploratie om de productie op peil te houden en de algemene kosten van het hoofdkantoor. Wanneer je goudmijnaandelen beoordeelt, is de afstand tussen de goudprijs en de AISC het eerste getal waar je naar kijkt.
Vergelijk een mijnbouwer met een bekertje met gaatjes. Hoe hard de goudprijs ook stijgt, er lekt altijd wat weg aan diesel, explosieven, lonen, banden van dumptrucks die zo groot zijn als een huis en heffingen van overheden. En jij maar rennen met je bekertje, in de hoop dat er onderweg genoeg in blijft zitten.
Hoe hard dat kan tegenvallen, liet de periode na 2011 zien. Goud daalde van de top in september 2011 tot eind 2015 met ruim 40%, maar de NYSE Arca Gold Miners Index verloor in diezelfde periode grofweg vier vijfde van zijn waarde. Grote namen als Barrick en Newmont boekten miljarden af op dure overnames en projecten die ze tijdens de hoogconjunctuur hadden opgestart.
Ik heb in die jaren met eigen ogen gezien hoe beleggers dachten dat ze verstandig in goud zaten en ondertussen het grootste deel van hun inleg zagen verdampen. Naast de kosten speelden er toen nog meer risico's die je bij elke mijnbouwer terugziet.
- Verwatering. Mijnbouwers geven in slechte tijden nieuwe aandelen uit om de kas te vullen, waardoor jouw deel van de koek kleiner wordt.
- Overnames op de top. Directies kopen graag concurrenten wanneer de goudprijs hoog staat en het geld ruim zit, precies het verkeerde moment.
- Politiek risico. Een nieuwe regering kan belastingen verhogen, vergunningen intrekken of een mijn gewoon sluiten.
- Operationele tegenslag. Overstromingen, instortingen, stakingen of een ertslichaam dat minder goud bevat dan de geologen hadden berekend.
Dat verklaart waarom goudaandelen harder stijgen dan goud in goede tijden, en waarom ze in slechte tijden harder vallen. Het mechanisme werkt in twee richtingen, hè.
Wat is het verschil tussen een goudmijner en een royaltybedrijf?
Tijdens de Californische goudkoorts van 1849 trokken tienduizenden gelukzoekers naar het westen. De meesten gingen met lege handen naar huis. De ondernemers die schoppen, pannen, tenten en stevige werkbroeken verkochten, verdienden aan iedereen, ongeacht of er goud werd gevonden.
Royaltybedrijven in goud zijn de moderne versie van die schoppenverkopers, met één verschil. Ze verdienen juist wél mee als er goud wordt gevonden, maar zonder zelf de schop vast te houden.
Een royalty is een recht op een vast percentage van de opbrengst van een mijn, zolang die mijn produceert. Het royaltybedrijf betaalt daar eenmalig voor, bijvoorbeeld om een mijnbouwer te helpen een project te financieren. Vanaf dat moment stroomt er een percentage van de omzet binnen, zonder dat het royaltybedrijf meebetaalt aan diesel, lonen of nieuwe graafmachines.
Een stream werkt iets anders. Het streamingbedrijf doet een flinke vooruitbetaling en krijgt daarvoor het recht om een deel van de toekomstige productie te kopen tegen een vaste, lage prijs per ounce, vaak een paar honderd dollar. Ligt de marktprijs ver boven die vaste prijs, dan is het verschil pure marge.
Vergelijk het met de eigenaar van een winkelpand die een huurcontract heeft afgesloten met omzethuur. Gaat het goed met de winkel, dan verdient de eigenaar mee. Moet de winkelier een nieuwe vloer leggen of personeel aannemen, dan is dat zijn probleem en niet dat van de verhuurder.
Voor jou als belegger levert dat een paar duidelijke voordelen op. Kostenstijgingen raken een royaltyhouder nauwelijks, zodat het bekertje met gaatjes vooral een probleem van de mijnbouwer blijft. Bovendien bezitten de grote royaltybedrijven rechten op tientallen tot honderden mijnen, waardoor één tegenvaller niet direct het hele bedrijf onderuit haalt.
Maar eerlijk is eerlijk, er zitten ook nadelen aan. Een royaltybedrijf heeft geen zeggenschap over hoe de mijn wordt geleid, dus als de partner er een potje van maakt, betaal jij mee. En omdat het model zo stabiel oogt, betalen beleggers er vaak een flinke premie voor, waardoor de koers bij een stijgende goudprijs minder hard meegaat dan die van een goed geleide mijnbouwer.
De mijnbouwer is de boer die in de regen zelf ploegt. De royaltyhouder is de grondeigenaar die op de veranda zit en een deel van de oogst ontvangt.
Die keuze tussen goudmijnen of royaltybedrijven komt dus neer op een afweging tussen maximale gevoeligheid voor de goudprijs en maximale stabiliteit van de kasstroom. Er is geen goed of fout antwoord, wel een antwoord dat past bij jouw risicohouding en jouw tijd om bedrijven te volgen.
Franco-Nevada uitgewerkt, wat leert dit royaltybedrijf je?
Franco-Nevada werd in 1983 opgericht door Pierre Lassonde en Seymour Schulich in Toronto. De twee waren geen mijnbouwers, maar mensen die snapten dat je aan een mijn kon verdienen zonder hem zelf te exploiteren. Ze worden algemeen gezien als de pioniers van het moderne royaltymodel in de goudsector.
Een van hun bekendste deals was een royalty op wat later de Goldstrike mijn in Nevada werd, inmiddels onderdeel van het mijnencomplex van Barrick en een van de grootste goudmijnen van Noord-Amerika. Die ene royalty heeft in de decennia daarna een veelvoud van de oorspronkelijke investering opgeleverd. Dat is het royaltymodel in zijn puurste vorm, eenmalig betalen en daarna jarenlang meeverdienen aan het werk van een ander.
In 2002 werd Franco-Nevada overgenomen door Newmont, de grootste goudmijner van Amerika. In 2007 bracht Newmont het royaltybedrijf weer zelfstandig naar de beurs. Sindsdien noteert Franco-Nevada in Toronto en New York onder de ticker FNV.
Een paar kenmerken maken het bedrijf interessant om te bestuderen als je royaltybedrijven wilt begrijpen.
- Brede spreiding. De portefeuille bestaat uit honderden royalty's en streams, voornamelijk op goud maar ook op andere metalen en op olie en gas.
- Weinig schuld. Franco-Nevada staat erom bekend vrijwel zonder schulden te werken, wat het bedrijf in slechte tijden veel ademruimte geeft.
- Groeiend dividend. Sinds de herintroductie op de beurs verhoogt het bedrijf zijn dividend elk jaar, ook in jaren waarin de goudprijs daalde.
- Kleine organisatie. Met een relatief klein team beheert het bedrijf een enorme portefeuille, omdat het zelf geen mijnen hoeft te runnen.
Klinkt als een bedrijf zonder risico. Dat is het niet, en dat werd eind 2023 pijnlijk duidelijk.
Franco-Nevada had zijn grootste stream op Cobre Panamá, een enorme kopermijn van First Quantum Minerals in Panama. Na massale protesten verklaarde het Hooggerechtshof van Panama in november 2023 het mijncontract ongrondwettelijk, waarna de mijn werd stilgelegd. Franco-Nevada moest ruim een miljard dollar afboeken op die ene positie, en de koers kreeg een flinke tik.
Twee lessen springen eruit. De eerste is dat een royaltybedrijf het politieke risico van zijn partners gewoon overneemt, ook al graaft het zelf niets. De tweede is dat spreiding werkt, want ondanks de klap kon Franco-Nevada begin 2024 zijn dividend opnieuw verhogen.
Een royaltybedrijf haalt het kostenrisico van de mijnbouw weg, maar niet het politieke risico. Spreiding over honderden posities zorgt ervoor dat één klap geen knock-out wordt.
Een mijnbouwer met een vergelijkbaar groot deel van zijn productie in één mijn had die schok veel moeilijker overleefd. Wat dat betreft illustreert Franco-Nevada precies waar het verschil tussen de twee typen zit. Het voorbeeld laat ook zien dat je bij de beste goudaandelen nooit alleen naar het bedrijfsmodel kijkt, maar ook naar de landen waar de onderliggende mijnen liggen.
Welke goudaandelen betalen dividend?
De meeste grote goudmijners en vrijwel alle grote royaltybedrijven keren dividend uit. Maar het karakter van dat dividend verschilt enorm. Bij een mijnbouwer beweegt de uitkering mee met de goudprijs, terwijl een royaltybedrijf zijn dividend juist zo stabiel mogelijk probeert te laten groeien.
De mijnbouwers lieten dat in de vorige neergang goed zien. Zowel Barrick als Newmont verlaagde in 2013 en 2014 het dividend fors toen de goudprijs daalde en de kosten bleven staan. Een hoog dividendrendement bij een mijner is dus vaak een momentopname, geen belofte.
Goed, we zetten de twee profielen naast elkaar met een rekenvoorbeeld van de redactie. We nemen €100.000 vermogen en vergelijken een royaltybedrijf met een laag startdividend maar stevige groei met een klassieke mijner die meer uitkeert maar nauwelijks groeit.
| Royaltybedrijf (voorbeeld) | Klassieke goudmijner (voorbeeld) | |
|---|---|---|
| Belegd vermogen | €100.000 | €100.000 |
| Startdividend | 1,0% | 2,0% |
| Dividend per jaar | €1.000 | €2.000 |
| Dividend per maand | €83,33 | €166,67 |
| Aangenomen dividendgroei | 8% per jaar | 2% per jaar |
| Horizon | 15 jaar | 15 jaar |
Op het eerste gezicht wint de mijner ruim, want je ontvangt het dubbele. Maar een uitkering die elk jaar met 8% groeit, loopt die achterstand stap voor stap in, terwijl 2% groei nauwelijks de inflatie bijhoudt. Over een periode van vijftien jaar haalt de groeier de hogere starter in, mits het bedrijf die groei ook echt waarmaakt.
Die laatste voorwaarde is geen formaliteit. De aangenomen groei is een aanname in een rekenvoorbeeld, geen garantie, en bij een mijnbouwer is zelfs die 2% allerminst zeker. Het dividend van een goudmijner kan in een slecht jaar gewoon gehalveerd worden.
Ben je vooral op zoek naar een voorspelbare inkomstenstroom, dan helpt het om te begrijpen hoe dividendgroeiaandelen een passief inkomen opbouwen. Een royaltybedrijf past qua profiel eerder in die categorie dan een mijnbouwer, al blijft het een sectorpositie met eigen risico's.
Wanneer zijn goudaandelen te duur gewaardeerd?
Een goudaandeel kan duur zijn terwijl de goudprijs redelijk is, en goedkoop terwijl goud op een record staat. Dat klinkt tegenstrijdig, maar het volgt logisch uit alles hierboven. Je betaalt voor een bedrijf, dus je beoordeelt ook het bedrijf.
Kenners in de sector gebruiken vaak de verhouding tussen koers en netto actiefwaarde, kortweg P/NAV. Die netto actiefwaarde is de contante waarde van alle toekomstige kasstromen uit de bewezen reserves, berekend tegen een aangenomen goudprijs. Royaltybedrijven noteren doorgaans tegen een flinke premie op die waarde, mijnbouwers vaak tegen een korting, juist omdat hun kasstroom zoveel onzekerder is.
Voor jouw eigen beoordeling helpt een vaste set vragen. Dit zijn de punten die ik zelf doorloop voordat ik een goudmijnaandeel of royaltybedrijf ook maar overweeg.
- Hoe groot is de marge? Vergelijk de AISC met de huidige goudprijs. Een mijner met een dunne marge raakt bij de eerste prijsdaling in de problemen.
- Hoe lang gaan de reserves mee? Een mijn met reserves voor vijf jaar moet snel nieuw goud vinden of kopen, en dat kost geld.
- Hoe staat de balans ervoor? Vergelijk de schuld met de operationele kasstroom. Weinig schuld geeft ruimte om een slechte periode uit te zitten.
- Groeit het aantal aandelen? Kijk hoeveel aandelen er vijf jaar geleden uitstonden en hoeveel nu. Flinke groei betekent dat aandeelhouders zijn verwaterd.
- In welke landen liggen de mijnen? Een mijn in Canada of Australië draagt een ander politiek risico dan een mijn in een land met een onvoorspelbare regering.
- Welke waardering betaal je? Vergelijk de P/NAV en de koers ten opzichte van de kasstroom met die van directe concurrenten.
Meer over deze stapsgewijze manier van werken lees je in mijn selectiemethode voor welke aandelen je nu kunt kopen. Die vragen gelden voor elk aandeel, maar in de goudsector zijn ze extra scherp omdat de verschillen tussen bedrijven zo groot zijn.
Ook de goudprijs zelf verdient een eerlijke blik. Claude Erb en Campbell Harvey concludeerden in hun paper The Golden Dilemma dat de reële goudprijs historisch gezien hoog stond, en dat er zowel verhalen zijn die een hogere als een lagere prijs rechtvaardigen. Ze wezen er bovendien op dat een stijgende reële goudprijs als signaal kan werken voor momentumbeleggers, die op dat moment extra kapitaal naar goud sturen.
Niemand weet wat de goudprijs volgend jaar doet. Maar wat we wel weten, is dat het rendement op een goudaandeel uiteindelijk uit bedrijfsresultaten komt en niet alleen uit het metaal.
Neem een positie van €150.000 in goudaandelen die tien jaar lang een gematigd rendement van 7% per jaar haalt. Op dat moment groeit die positie naar bijna €295.000, een winst van ruim €145.000 en bijna een verdubbeling met factor 1,97. Dat rendement komt er alleen als de bedrijven hun marges vasthouden, hun reserves aanvullen en niet verwateren, ongeacht of de goudprijs daarbij helpt.
En daar zit de kans voor de actieve belegger. Wie de sterke bedrijven van de zwakke weet te onderscheiden, scheidt het kaf van het koren, terwijl een mandje alles tegelijk koopt.
Hoe koop je goudaandelen als Nederlandse belegger?
De praktische kant is minder ingewikkeld dan veel mensen denken. De meeste goudaandelen noteren in Toronto, New York, Londen of Sydney, en vrijwel elke grote broker in Nederland biedt toegang tot die beurzen. Wel zijn er een paar zaken waar je vooraf op let, zodat je niet onnodig geld laat liggen.
- Kies een broker met een vergunning. Controleer in het register van de AFM of je broker toestemming heeft om in Nederland diensten te verlenen.
- Let op de beurs en de valuta. Franco-Nevada kun je kopen in Canadese dollars in Toronto of in Amerikaanse dollars in New York. Vergelijk de valutakosten van je broker, want die lopen bij grotere bedragen snel op.
- Werk met een limietorder. Kleinere mijnbouwers handelen soms dun, en met een limiet voorkom je dat je ver boven de laatste koers aankoopt.
- Houd rekening met bronbelasting. Canada houdt standaard 25% belasting in op dividenden. Onder het belastingverdrag met Nederland is dat 15%, mits je broker de juiste formulieren voor je regelt.
- Bepaal vooraf je uitstapmoment. Spreek met jezelf af wanneer je een positie afbouwt, zowel bij winst als bij verlies.
Dat laatste punt is waar de meeste beleggers in goudaandelen de mist ingaan. Ze kopen met een goed verhaal en houden vast tot het verhaal niet meer klopt, en dan is er vaak al veel waarde verdwenen. Bij een sector die in een paar jaar vier vijfde van zijn waarde kan verliezen, is een duidelijke uitstapregel geen luxe.
Wetenschappelijk onderzoek geeft daar houvast. Mebane Faber liet in 2007 zien dat een eenvoudige regel, waarbij je alleen belegd bent zolang de koers boven het tienmaands voortschrijdend gemiddelde staat, de diepste dalingen in verschillende beleggingscategorieën flink beperkte. Moskowitz, Ooi en Pedersen toonden in 2012 aan dat dit soort trendeffecten terugkomt in tientallen futuresmarkten, waaronder grondstoffen.
Dat is niet mijn mening, dat zijn de feiten uit de literatuur. Juist bij goudmijnaandelen, die zo sterk in trends bewegen, kan zo'n regel het verschil maken tussen een mooie winst en een pijnlijke les. In mijn boek 10 Stappen Succesvol Beleggen werk ik uit hoe je zulke regels in je eigen aanpak verwerkt.
Ben je nog relatief nieuw met losse aandelen, dan helpt het om eerst helder te krijgen welk instrument bij jouw doel past. In mijn artikel over het juiste beleggingsinstrument kiezen zet ik de opties op een rij. Voor een eerste goudaandeel kiezen beginners vaak voor een groot, goed gespreid bedrijf boven een kleine mijn met één project, omdat het risico op een totale mislukking dan kleiner is.
Wat kun je nu doen?
Kijk, de kern van dit verhaal is eenvoudig. Een goudaandeel is een bedrijf, en of je er een mooi rendement mee maakt, hangt af van de kwaliteit van dat bedrijf, de prijs die je betaalt en de discipline waarmee je in- en uitstapt. Dat is de kern, niet wat de goudprijs vandaag doet, maar wat jij ermee doet.
Een paar concrete stappen die je zelf kunt onderzoeken.
- Bepaal welk type bij je past. Zoek je maximale gevoeligheid voor de goudprijs en accepteer je flinke schommelingen, dan zijn mijnbouwers het waard om naar te kijken. Zoek je een stabielere kasstroom, dan kun je royalty- en streamingbedrijven verder onderzoeken.
- Zoek de AISC op. Pak de laatste kwartaalcijfers van een paar mijnbouwers erbij en vergelijk hun kosten per ounce met de actuele goudprijs. Je ziet direct wie ruimte heeft en wie op het randje balanceert.
- Bekijk de spreiding van royaltybedrijven. Onderzoek hoeveel van de omzet uit de grootste drie posities komt en in welke landen die mijnen liggen. Franco-Nevada laat zien wat er gebeurt als één positie wegvalt.
- Volg het aantal uitstaande aandelen. Vergelijk dat over vijf of tien jaar. Een bedrijf dat jouw aandeel steeds kleiner maakt, werkt niet voor jou.
- Leg vooraf je uitstapregel vast. Overweeg een trendregel zoals het voortschrijdend gemiddelde, zodat je niet op gevoel hoeft te beslissen wanneer de sector draait.
Bij Beleggen.com werken we al jaren met strategieën die precies op deze principes zijn gebouwd. We selecteren actief op kwaliteit, kijken naar trend en momentum en beperken het risico met duidelijke regels in plaats van met hoop. Wil je zien hoe dat er in de praktijk uitziet, ook voor edelmetalen en grondstoffen, dan nodig ik je van harte uit om eens rond te kijken in onze educatie en strategieën op beleggen.com.
Wie goud koopt via de beurs, koopt ondernemerschap. Beoordeel een goudaandeel dus zoals je een bedrijf zou beoordelen dat je zelf zou willen overnemen.
Bronnen
- Erb, C.B. & Harvey, C.R. (2013). The Golden Dilemma. Financial Analysts Journal, 69(4), 10. 42. Beschikbaar via SSRN, abstract 2078535.
- Faber, M.T. (2007). A Quantitative Approach to Tactical Asset Allocation. The Journal of Wealth Management, 9(4), 69. 79.
- Moskowitz, T.J., Ooi, Y.H. & Pedersen, L.H. (2012). Time Series Momentum. Journal of Financial Economics, 104(2), 228. 250.
- World Gold Council (2013). Guidance Note on Non-GAAP Metrics: All-In Sustaining Costs and All-In Costs.
- Franco-Nevada Corporation. Annual Report 2023, inclusief toelichting op de afboeking op Cobre Panamá.
- Van Wijk, H. 10 Stappen Succesvol Beleggen. Beleggen.com.
10 Stappen Succesvol Beleggen — Gratis boek (alleen €6,95 verzendkosten). Bekijk hier.
Disclaimer: Dit artikel is geschreven voor educatieve doeleinden en vormt geen beleggingsadvies of aanbeveling tot het doen van transacties. De informatie in dit artikel is met zorg samengesteld, maar Beleggen.com aanvaardt geen aansprakelijkheid voor onvolledigheid of onjuistheid. Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kunt (een deel van) je inleg verliezen. Doe altijd je eigen onderzoek en raadpleeg een financieel adviseur voordat je beleggingsbeslissingen neemt.

