
Fundamentele analyse in 5 cijfers: check in 30 minuten
Harmen van Wijk, oprichter van Beleggen.com
Fundamentele analyse is de methode waarmee je met vijf cijfers beoordeelt of een aandeel zijn koers waard is, namelijk groei, marges, kasstroom, schuld en waardering. Een ondernemer die een concurrent wil overnemen, vraagt eerst om de boeken. Diezelfde ondernemer koopt op een verjaardag in tien minuten voor €25.000 aan een aandeel, omdat zijn zwager het tussen de bitterballen door "de kans van het decennium" noemde. Dat is gewoon zo, hè.
Ik zie het al ruim twintig jaar om me heen, en eerlijk is eerlijk, ik heb er in mijn beginjaren zelf ook leergeld mee betaald. Deze manier van beoordelen is niets anders dan de vertaling van dat gezonde ondernemersdenken naar de beurs. Je kijkt eerst naar het bedrijf achter het aandeel en pas daarna naar de koers.
Deze week laat precies zien waarom dat loont. Anthropic diende op 26 oktober de papieren in voor wat volgens AP News de grootste beursgang ooit kan worden, terwijl KLA, Intel en de grote Amerikaanse techbedrijven hun kwartaalcijfers presenteren en de Fed een rentebesluit neemt. Wie alleen de koppen leest, koopt een verhaal. Wie de cijfers leest, koopt een bedrijf.
In dit artikel neem ik je mee langs vijf cijfers waarmee je in een half uur ziet of een aandeel zijn koers waard is. Ik werk ze uit met ASML, het bedrijf dat volgens ING dit jaar goed kan zijn voor 2,2% van de Nederlandse bruto toegevoegde waarde. En ik laat zien waarom zelfs de beste cijferanalyse pas echt rendement oplevert wanneer je er een slimme timing aan koppelt.
Wat is fundamentele analyse en hoe werkt het?
Kijk, de beurs is in de kern een veilinghal waar dagelijks miljoenen mensen stukjes van bedrijven aan elkaar doorverkopen. De prijs die daar ontstaat, noemen we de koers. De waarde van het bedrijf zelf is iets anders, en precies op dat verschil richt fundamentele analyse zich.
Benjamin Graham en David Dodd legden daar in 1934 de basis voor met Security Analysis, nog altijd het standaardwerk voor professionele analisten. Hun uitgangspunt was even simpel als lastig in de praktijk. Je bepaalt eerst wat een bedrijf op basis van zijn cijfers waard is, de zogeheten intrinsieke waarde, en vergelijkt die daarna met de prijs op de beurs.
Ligt de koers ruim onder die waarde, dan heb je een buffer voor tegenvallers. Graham noemde dat later in The Intelligent Investor de margin of safety, je veiligheidsmarge. Hij had er ook een sprekend beeld bij, namelijk een humeurige zakenpartner genaamd Mr. Market die je elke dag een prijs voor jouw deel van het bedrijf toeroept.
De ene dag is Mr. Market euforisch en vraagt hij de hoofdprijs, de volgende dag is hij somber en dumpt hij alles voor een habbekrats. Jij hoeft niet op elk bod in te gaan, want je weet zelf wat het bedrijf waard is. Dat is de hele gedachte achter het beoordelen van een aandeel op basis van cijfers in plaats van op basis van stemming.
Nou, dat klinkt als iets uit de oude doos, maar het is actueler dan ooit. Volgens Bloomberg en CNBC stak private equity in de eerste negen maanden van 2026 zo'n $4 miljard in defensietech, tegen $0,5 miljard in 2024. In zulke periodes draait de koers op verhalen, en verhalen hebben de vervelende eigenschap dat ze op een dag worden afgerekend op cijfers.
Een verhaal kan een koers jaren dragen, maar uiteindelijk betaalt alleen de kasstroom de rekening.
Je hoeft geen jaarverslag van 300 pagina's van voor naar achter te lezen, want dat doet niemand voor zijn plezier, behalve misschien de accountant zelf. Met vijf cijfers heb je in ieder geval het grootste deel van het beeld scherp. Die vind je gratis op de investor relations pagina van het bedrijf of op financiële websites.
- Omzet en winstgroei over vijf tot tien jaar
- Marges en rendement op kapitaal (ROE of ROIC)
- Vrije kasstroom en de kwaliteit van de winst
- Schuld en rentedekking
- Waardering, met de koerswinstverhouding als vertrekpunt
Vergelijk het met een bouwkundige keuring voordat je een pand koopt. Je kijkt naar de fundering, het dak, de leidingen en de vraagprijs. Sla je er één over, dan koop je een gok in plaats van een huis.
Cijfer 1. Groeit het bedrijf echt, jaar na jaar?
Goed, het eerste cijfer ligt het meest voor de hand, en toch gaat het hier vaak al mis. Beleggers staren zich blind op één kwartaal. Een omzet die 30% hoger ligt dan vorig jaar levert mooie koppen op, maar zegt weinig wanneer het bedrijf de drie jaar daarvoor kromp.
Kijk daarom altijd naar de trend over vijf tot tien jaar. Je zoekt een bedrijf waarvan de omzet en de winst per aandeel in de meeste jaren stijgen, ook als er een mindere periode tussen zit. Groei die van meerdere kanten komt, uit meer klanten, hogere prijzen en nieuwe producten, is steviger dan groei die afhangt van één grote order.
Waarom die trend zo zwaar weegt, zie je meteen in de cijfers. Neem €100.000 die je belegt in een bedrijf waarvan de winst tien jaar lang met 10% per jaar groeit, terwijl de beurs dezelfde prijs per euro winst blijft betalen. Op dat moment groeit jouw belang mee naar ongeveer €259.400.
Zet daar een bedrijf naast dat maar 4% per jaar groeit. Met dezelfde inleg en dezelfde waardering sta je na tien jaar op ongeveer €148.000. Dat scheelt ruim €111.000, puur als gevolg van het groeitempo van het onderliggende bedrijf.
Dat is veel geld.
Let wel op hoe die groei tot stand komt. Een bedrijf dat elk jaar een concurrent opkoopt, laat op papier een stijgende omzet zien, terwijl de eigen winkels misschien gewoon stilstaan. Kijk daarom naar de autonome groei, de groei zonder overnames, die de meeste bedrijven in hun jaarverslag apart vermelden.
Kijk ook naar de winst per aandeel en niet alleen naar de totale winst. Een bedrijf dat steeds nieuwe aandelen uitgeeft, verdeelt dezelfde taart over meer eters, waardoor jouw stuk elk jaar een beetje kleiner wordt.
Cyclische bedrijven verdienen hier extra aandacht. Chipbedrijven, staal, olie en grondstoffen kennen jaren van overvloed en jaren van droogte. Een tienjarige reeks laat dan veel beter zien wat het bedrijf over een hele cyclus verdient dan de topwinst uit het beste jaar.
Eén kwartaal is een foto. Tien jaar is de film, en pas in de film zie je hoe het verhaal afloopt.
Cijfer 2. Winstmarge en rendement op kapitaal, waar zit de voorsprong?
Omzetgroei zonder winst is als een restaurant dat elke avond vol zit maar op elk bord geld toelegt. Hoe drukker het wordt, hoe sneller de kas leeg is. Daarom kijk je bij het tweede cijfer naar winstmarge en omzetgroei in samenhang.
De brutomarge laat zien hoeveel er overblijft van elke euro omzet nadat de directe kosten van het product zijn betaald. Een structureel hoge brutomarge wijst vaak op prijszettingsmacht, want klanten betalen blijkbaar ruim boven de kostprijs zonder naar de concurrent over te stappen. Robert Novy-Marx toonde in 2013 aan dat bedrijven met een hoge brutowinstgevendheid ten opzichte van hun bezittingen historisch een hoger rendement opleverden dan bedrijven met een lage.
Dat is niet mijn mening, dat staat in het Journal of Financial Economics. Toch is marge alleen niet genoeg, want een bedrijf kan hoge marges halen terwijl het enorme bedragen in fabrieken en machines moet steken.
Nog scherper is daarom het rendement op kapitaal. Het rendement op eigen vermogen (ROE) meet hoeveel winst een bedrijf maakt op het geld van de aandeelhouders. Het rendement op geïnvesteerd kapitaal (ROIC) gaat een stap verder en neemt ook het geleende geld mee, zodat een bedrijf zijn cijfers niet kan opfleuren met een flinke lening.
Vergelijk het met je eigen bedrijf. Wanneer je €1 miljoen in een nieuwe productielijn steekt en die levert €200.000 winst per jaar op, dan verdien je 20% op je kapitaal. Levert hij €30.000 op, dan had je dat geld beter op de bank kunnen laten staan, zeker als je er ook nog rente over betaalt.
En hier komt inflatie om de hoek kijken. Een bedrijf dat jaar na jaar een rendement op kapitaal haalt dat nauwelijks boven de inflatie uitkomt, vernietigt in reële termen waarde. Het is net als een bekertje met gaatjes, want hoe hard je ook rent, er lekt altijd wat weg.
Hoe groot dat lek is, laat een eenvoudige rekensom zien. Bij 2,5% inflatie houdt €250.000 na vijftien jaar een koopkracht over van ongeveer €172.600. Je bent dan ruim 31% van je koopkracht kwijt, zonder dat er ook maar één euro van je rekening verdwenen is. En jij maar rennen met je bekertje.
Een bedrijf dat structureel een ROIC van 15% of meer haalt, heeft vaak iets wat concurrenten niet kunnen nadoen, zoals een sterk merk, een technologische voorsprong of een netwerk waar klanten moeilijk uit stappen. Wil je dieper op die kenmerken ingaan, lees dan hoe je kwaliteitsaandelen herkent aan vier criteria. Voor deze snelle controle kijk je alleen of het bedrijf al jaren een rendement op kapitaal haalt dat ruim boven de inflatie en boven zijn eigen financieringskosten ligt.
Cijfer 3 en 4. Vrije kasstroom en schuld, komt de winst echt binnen?
Winst is een mening, cash is een feit. Die uitspraak hoor je vaak onder analisten, en wat dat betreft hebben ze gelijk. Boekhoudregels geven bedrijven veel ruimte om te bepalen wanneer ze omzet boeken, hoe snel ze machines afschrijven en welke kosten ze als eenmalig wegzetten.
Graham en Dodd waarschuwden er al voor. In de index van Security Analysis vind je zelfs een verwijzing naar een artikel met de veelzeggende titel "Are Oil Earnings Reports Fictitious?". Dat ging over oliebedrijven in de vorige eeuw, maar de vraag is van alle tijden.
De vrije kasstroom geeft het eerlijkste antwoord. Je neemt de operationele kasstroom, het geld dat daadwerkelijk binnenkomt uit de bedrijfsvoering, en trekt daar de investeringen in machines, gebouwen en software van af. Wat overblijft, kan het bedrijf vrij besteden aan dividend, het inkopen van eigen aandelen, het aflossen van schuld of overnames.
Leg de vrije kasstroom over een aantal jaren naast de nettowinst. Bij een gezond bedrijf liggen die twee over een langere periode dicht bij elkaar. Richard Sloan liet in 1996 zien dat bedrijven waarvan de winst grotendeels uit boekhoudkundige posten bestond en weinig uit echte cash, in de jaren daarna gemiddeld slechter presteerden op de beurs.
De markt prijst dat verschil dus niet direct in, en daar ligt een voorsprong voor de oplettende belegger. Een paar signalen geven in ieder geval aanleiding om verder te graven.
- De winst stijgt al jaren, maar de vrije kasstroom blijft achter of daalt.
- De post debiteuren groeit veel harder dan de omzet, waardoor klanten blijkbaar steeds later betalen.
- Elk jaar duiken er weer "eenmalige" kosten op die buiten de aangepaste winst worden gehouden.
- De voorraden lopen op terwijl de verkopen stagneren.
- Het bedrijf betaalt dividend of koopt eigen aandelen in met geleend geld.
Dan het vierde cijfer, de schuld. Iedere ondernemer weet hoe het voelt wanneer de bank belt over een krediet. Bij beursbedrijven werkt het niet anders, alleen gaat het om grotere bedragen en gaat alles sneller.
Twee maatstaven geven snel duidelijkheid. De nettoschuld gedeeld door de EBITDA, de bedrijfswinst voor afschrijvingen, laat zien hoeveel jaar het bedrijf nodig heeft om zijn schuld af te lossen als alle operationele winst daarnaartoe zou gaan. De rentedekking, het bedrijfsresultaat gedeeld door de rentelasten, toont hoe vaak het bedrijf zijn rente kan betalen uit de lopende winst.
Als vuistregel kijk ik scherper zodra de rentedekking onder de drie zakt of de nettoschuld boven drie keer de EBITDA uitkomt. Dat zijn geen wetten, want een nutsbedrijf met stabiele inkomsten kan meer schuld dragen dan een chipbedrijf of een luchtvaartmaatschappij.
Juist nu telt dit extra. De rente blijft hoog, met een Amerikaanse hypotheekrente die nog altijd boven de 7% ligt, en goedkope leningen uit de nulrentejaren moeten de komende jaren tegen veel hogere tarieven worden geherfinancierd.
JetBlue is daar een pijnlijk voorbeeld van. De luchtvaartmaatschappij torst een schuld van $8,5 miljard, de obligatiekoersen zakken en schuldeisers hebben volgens berichtgeving al adviseurs in de arm genomen. Op dat moment staan aandeelhouders achteraan in de rij.
Een bedrijf gaat zelden failliet aan te weinig winst op papier, maar wel aan te weinig cash in de kas.
Cijfer 5. Hoe weet je of een aandeel te duur is?
Een prachtig bedrijf kan een slechte belegging zijn. Dat klinkt tegenstrijdig, maar juist voor die les betalen de meeste beleggers het duurste leergeld. Wie in maart 2000 de beste techbedrijven kocht, zag de Nasdaq daarna met ongeveer 78% dalen en zat jarenlang onder water, ook al bleven sommige van die bedrijven gewoon groeien.
Het vijfde cijfer gaat daarom over de prijs. De bekendste maatstaf om aandelen te waarderen is de koerswinstverhouding, de K/W. Je deelt de koers door de winst per aandeel en ziet hoeveel jaar winst je vandaag betaalt, zodat een K/W van 20 betekent dat je €20 neerlegt voor elke euro jaarwinst.
Draai het getal om en je krijgt het winstrendement. Een K/W van 20 staat gelijk aan 5% winstrendement, een K/W van 40 aan 2,5%. Dat kun je direct naast de rente op staatsobligaties leggen, waarmee je ziet hoeveel groei de markt al in de koers heeft verwerkt.
Een hoge K/W is op zichzelf geen probleem, zolang de groei hem waarmaakt. Groeit de winst met 15% per jaar, dan verdubbelt die volgens de regel van 72 in ongeveer 4,8 jaar, en exact gerekend in zo'n vijf jaar. Een aandeel met een K/W van 40 heeft na die vijf jaar, bij een gelijke koers, nog maar een K/W van 20.
En daar zit de kans.
Maar ook het risico. Valt de groei tegen, dan duurt het veel langer voordat de winst de prijs inhaalt, en markten zijn genadeloos voor bedrijven die hun belofte niet nakomen. Juist bij de huidige hype rond kunstmatige intelligentie loont het om te lezen waarom je bij AI aandelen extra scherp op de K/W let.
Vergelijk de K/W altijd op drie manieren, namelijk met het eigen historische gemiddelde van het aandeel, met directe concurrenten en met de verwachte groei. Een K/W van 25 voor een bedrijf dat 20% per jaar groeit, is iets heel anders dan een K/W van 25 voor een bedrijf dat stilstaat.
Wie verder wil, kan met een eenvoudig kasstroommodel de intrinsieke waarde berekenen. Je schat de vrije kasstroom van de komende jaren, rekent die terug naar vandaag met een rendementseis van bijvoorbeeld 8 tot 10% en telt alles op. Een kleine aanpassing in je groeiaanname verschuift de uitkomst flink, dus gebruik het als bandbreedte en niet als waarheid.
Meer voorbeelden van die afweging vind je in het stuk over wanneer je te veel betaalt voor een aandeel. Voor je snelle controle van 30 minuten volstaat de K/W, het winstrendement en een eerlijke inschatting van de groei.
ASML aandeel analyse, hoe scoort de chipmachinemaker op vijf cijfers?
Goed, dan de praktijk. Ik neem ASML, omdat vrijwel elke Nederlandse belegger het bedrijf kent en omdat het laat zien dat ook een topbedrijf door alle vijf de cijfers heen moet. ASML is de enige fabrikant van EUV lithografiemachines, de apparaten waarmee de meest geavanceerde chips worden gemaakt, zodat vrijwel elke moderne smartphone en elke AI server ergens een stukje Veldhoven in zich draagt.
| Kengetal ASML | 2019 | 2024 |
|---|---|---|
| Netto omzet | €11,8 miljard | €28,3 miljard |
| Nettowinst | €2,6 miljard | €7,6 miljard |
| Brutomarge | 44,7% | 51,3% |
De cijfers in deze tabel komen uit de jaarverslagen van ASML over 2019 en 2024.
Cijfer 1, groei. De omzet werd in vijf jaar bijna 2,4 keer zo groot en de nettowinst bijna drie keer zo groot. Die groei liep alleen niet in een rechte lijn, want in 2024 bleef de omzet ongeveer gelijk aan die van 2023 en lag de winst zelfs iets lager. Dat is de chipcyclus in het klein, en precies daarom kijk je naar de lange reeks.
Cijfer 2, marges en rendement. De brutomarge steeg van 44,7% naar 51,3%, wat wijst op flinke prijszettingsmacht. Een machine van de nieuwste generatie, de High NA EUV, kost volgens berichtgeving honderden miljoenen euro's per stuk, en klanten als TSMC, Samsung en Intel hebben simpelweg geen alternatief. Het rendement op eigen vermogen lag in 2023 en 2024 volgens beschikbare data ruim boven de 40%, terwijl ASML jaarlijks ruim €4 miljard in onderzoek en ontwikkeling steekt.
Cijfer 3, vrije kasstroom. Hier wordt het interessant. Klanten betalen bij bestellingen vaak een deel vooruit, waardoor er in een sterk orderjaar veel cash vroeg binnenstroomt en die stroom in een rustiger jaar terugvalt. Wie één jaar vrije kasstroom bekijkt, trekt dus makkelijk de verkeerde conclusie, en daarom leg je bij ASML altijd meerdere jaren naast de nettowinst.
Cijfer 4, schuld. Volgens het jaarverslag over 2024 had ASML meer liquide middelen dan uitstaande obligatieleningen. Rentedekking is hier gewoon geen thema, en dat geeft het bedrijf de ruimte om ook in een mindere periode door te investeren.
Cijfer 5, waardering. En hier zit de adder onder het gras. ASML handelt historisch doorgaans op een K/W die duidelijk boven het marktgemiddelde ligt, omdat beleggers de monopoliepositie en de groei vooraf inprijzen. Dat ging in de zomer van 2024 goed, toen het aandeel boven de €1.000 noteerde.
Op 15 oktober 2024 publiceerde ASML als gevolg van een technische fout een dag te vroeg zijn kwartaalcijfers. De nieuwe orders over het derde kwartaal kwamen uit op €2,6 miljard, ongeveer de helft van wat analisten verwachtten, en het aandeel verloor die dag rond de 16%. Het bedrijf was op die dinsdag niet ineens slechter geworden, maar de verwachtingen in de koers waren gewoon te hoog.
Een uitstekend bedrijf tegen een volle prijs laat weinig ruimte voor teleurstelling. Eén tegenvallend kwartaal is dan genoeg.
Die les is vandaag minstens zo actueel. De vraag of de enorme investeringen in AI ooit worden terugverdiend, klinkt steeds luider, nu Microsoft volgens CNBC 60.000 medewerkers een vrijwillige vertrekregeling aanbiedt om zijn kapitaal efficiënter in te zetten. Gaan de grote chipbouwers minder bestellen, dan voelt ASML dat met enige vertraging in zijn orderboek.
Of het aandeel ASML vandaag te duur of juist goedkoop is, hangt af van de koers op het moment dat je kijkt en van je eigen groeiverwachting. Reken het zelf door met de vijf cijfers. Je ziet dan meteen waar de koers op leunt, en welke aanname moet uitkomen om je instapprijs te rechtvaardigen.
Fundamentele of technische analyse, wat is het verschil?
Fundamentele analyse vertelt je wat je koopt. Technische analyse vertelt je wanneer de markt het met je eens is. Het ASML voorbeeld maakt pijnlijk duidelijk dat je die twee niet los van elkaar moet zien.
Graham en Dodd stonden sceptisch tegenover grafieklezen, en dat was in de jaren dertig ook begrijpelijk. Sindsdien heeft de wetenschap echter niet stilgezeten. Jegadeesh en Titman toonden in 1993 aan dat aandelen die de afgelopen drie tot twaalf maanden het sterkst stegen, in de maanden daarna gemiddeld beter bleven presteren dan de achterblijvers, het zogeheten momentumeffect.
Asness, Moskowitz en Pedersen lieten in 2013 zien dat zowel waarde als momentum in vrijwel alle beleggingscategorieën werkt. Omdat de twee vaak op verschillende momenten renderen, levert de combinatie een stabieler resultaat op dan elk afzonderlijk. Vergelijk het met een stoel, waarbij meer poten de stoel gewoon stabieler maken.
| Vraag | Cijfers lezen | Grafieken lezen |
|---|---|---|
| Waar kijk je naar | Omzet, marges, kasstroom, schuld, waardering | Koersverloop, trend, volume, momentum |
| Welke vraag beantwoordt het | Is dit bedrijf zijn prijs waard | Werkt de markt nu mee of tegen |
| Tijdshorizon | Jaren | Weken tot maanden |
| Zwakke plek | Zegt weinig over timing | Zegt weinig over kwaliteit |
Kijk, veel mensen denken dat je met een simpele S&P 500 ETF klaar bent, omdat die historisch gemiddeld zo'n 10% per jaar opleverde. Dat gemiddelde verbergt alleen dat je tussen 2007 en 2009 een daling van ongeveer 57% moest uitzitten, en dat een Nasdaq belegger in 2000 nog veel dieper ging. Een passief product heeft geen risicomanagement, geen kwaliteitsfilter en geen moment waarop het zegt dat het tijd is om uit te stappen.
Mebane Faber liet in 2007 zien dat een eenvoudige trendregel, gebaseerd op het voortschrijdend gemiddelde over tien maanden, de diepste dalingen flink beperkte terwijl het rendement in dezelfde orde van grootte bleef. Combineer je dat met een selectie van sterke bedrijven op basis van hun cijfers, dan bouw je aan een portefeuille waarmee je een mooi rendement nastreeft zonder elke crash volledig mee te maken.
Die combinatie is de basis van hoe we bij Beleggen.com beleggen. De cijfers bepalen welke bedrijven op je lijst komen, de trend bepaalt wanneer je instapt en vooral wanneer je weer uitstapt. Lees meer over waarom het moment van uitstappen je uiteindelijke rendement bepaalt.
Wat kun je nu doen?
Niemand weet wat de markt morgen doet, ook niet na de cijfers van deze week en het besluit van de Fed. Wat we wel weten, is dat beleggers die begrijpen wat ze bezitten, rustiger slapen en betere beslissingen nemen wanneer het stormt. Hieronder staan de vijf cijfers nog eens op een rij, zodat je ze bij de hand hebt.
| Cijfer | Wat het je vertelt | Waarschuwingssignaal |
|---|---|---|
| 1. Omzet en winstgroei | Groeit het bedrijf structureel | Groei alleen via overnames of nieuwe aandelen |
| 2. Marges en ROIC | Heeft het bedrijf een voorsprong | Rendement op kapitaal nauwelijks boven inflatie |
| 3. Vrije kasstroom | Komt de winst echt binnen als cash | Winst stijgt, kasstroom blijft achter |
| 4. Schuld en rentedekking | Kan het bedrijf tegen een stootje | Rentedekking onder drie, grote herfinancieringen |
| 5. Waardering | Betaal je een redelijke prijs | Hoge K/W zonder groei die hem waarmaakt |
Met deze tabel in de hand kun je vanavond al aan de slag. Een paar concrete stappen die het onderzoeken waard zijn.
- Kies één aandeel dat je bezit of overweegt en zet de omzet en de winst per aandeel van de afgelopen tien jaar in een spreadsheet, zodat je de trend ziet in plaats van het laatste kwartaal.
- Bereken de brutomarge en de ROE of ROIC over diezelfde jaren en leg die naast de inflatie, waarmee je ziet of het bedrijf echt waarde toevoegt.
- Zet de vrije kasstroom naast de nettowinst en loop de vijf waarschuwingssignalen uit dit artikel langs.
- Controleer de schuldpositie en de rentedekking, zeker bij bedrijven die de komende jaren leningen moeten herfinancieren tegen hogere rente.
- Reken de K/W en het winstrendement uit, zet die tegenover de verwachte groei en leg daarna de koersgrafiek ernaast, zodat je ziet of de trend meewerkt of tegenwerkt.
Dat is de kern. Niet wat de markt vandaag doet, maar wat jij ermee doet. Wie zijn beleggingen benadert zoals een ondernemer een overname benadert, laat zich minder snel meeslepen door verhalen en houdt meer over voor zichzelf.
Wil je leren hoe je fundamentele analyse combineert met bewezen strategieën als trendvolgen en momentum, dan is het de moeite waard om eens rond te kijken in de trainingen en strategieën van Beleggen.com. In mijn boek 10 Stappen Succesvol Beleggen werk ik die aanpak stap voor stap uit, en in onze community deel ik elke week hoe ik dat zelf in de praktijk toepas. Het geld werkt dan voor jou, in plaats van andersom.
Bronnen
- Benjamin Graham en David L. Dodd, Security Analysis (Sixth Edition), McGraw-Hill, 2008. Oorspronkelijk verschenen in 1934.
- Benjamin Graham, The Intelligent Investor, herziene editie met commentaar van Jason Zweig, HarperBusiness, 2003. Oorspronkelijk verschenen in 1949.
- Richard G. Sloan, "Do Stock Prices Fully Reflect Information in Accruals and Cash Flows about Future Earnings?", The Accounting Review, 71(3), 1996.
- Robert Novy-Marx, "The Other Side of Value: The Gross Profitability Premium", Journal of Financial Economics, 108(1), 2013.
- Narasimhan Jegadeesh en Sheridan Titman, "Returns to Buying Winners and Selling Losers: Implications for Stock Market Efficiency", The Journal of Finance, 48(1), 1993.
- Clifford S. Asness, Tobias J. Moskowitz en Lasse Heje Pedersen, "Value and Momentum Everywhere", The Journal of Finance, 68(3), 2013.
- Mebane T. Faber, "A Quantitative Approach to Tactical Asset Allocation", The Journal of Wealth Management, 2007.
- ASML Holding N.V., Jaarverslag 2019 en Jaarverslag 2024.
- Associated Press, berichtgeving over de beursaanvraag van Anthropic, 26 oktober 2026. CNBC, berichtgeving over de vertrekregeling bij Microsoft, 26 oktober 2026.
Beter dan de Bank — Gratis boek (alleen €6,95 verzendkosten). Bekijk hier.
Disclaimer: Dit artikel is geschreven voor educatieve doeleinden en vormt geen beleggingsadvies of aanbeveling tot het doen van transacties. De informatie in dit artikel is met zorg samengesteld, maar Beleggen.com aanvaardt geen aansprakelijkheid voor onvolledigheid of onjuistheid. Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kunt (een deel van) je inleg verliezen. Doe altijd je eigen onderzoek en raadpleeg een financieel adviseur voordat je beleggingsbeslissingen neemt.

