Een vrachtwagen vol eiermandjes die schuin langs een dijk rijdt, als knipoog naar spreiding die geen risicomanagement is

Hoe werkt beleggen? Spreiding via ETF's beschermt minder

November 04, 2026

Geschreven door Harmen van Wijk, oprichter van Beleggen.com

Beleggen werkt via koersstijging en dividend, maar het risico zit niet in het aantal aandelen dat je bezit. Je kent het oude advies om je eieren niet allemaal in één mandje te leggen. Maar wanneer je honderd mandjes in dezelfde vrachtwagen zet en die rijdt de sloot in, dan heb je nog steeds honderd mandjes vol omelet.

Precies daar gaat het mis bij veel beleggers die denken dat hun risico netjes is afgedekt, omdat ze een brede ETF met honderden of zelfs duizenden aandelen bezitten. Wie wil begrijpen hoe werkt beleggen in de praktijk, moet verder kijken dan het aantal bedrijven in een fonds. Je moet weten waar je risico werkelijk zit en wat je doet op het moment dat het misgaat.

In mijn verdiepingstraining over de 30 nadelen van beleggen in ETF's ga ik daar uitgebreid op in. In dit artikel pak ik de punten eruit die over gedrag en verwachtingen gaan, omdat daar volgens mij het meeste geld verdampt. Je leest waarom sparen je koopkracht kost, waarom spreiding geen risicomanagement is en welke actieve aanpak je vermogen beter kan beschermen.

Een vrachtwagen vol eiermandjes die schuin langs een dijk rijdt, als knipoog naar spreiding die geen risicomanagement is

Hoe werkt beleggen precies, en waarom verliest sparen het op lange termijn?

In gesprekken met ondernemers hoor ik vaak dezelfde zin. "Mijn geld staat veilig op de bank." Dat klopt, in ieder geval in de zin dat het bedrag op je afschrift niet daalt. Maar veilig en waardevast zijn twee heel verschillende dingen.

Kijk, de basis is heel eenvoudig. Je koopt een stukje van een bedrijf, en in ruil daarvoor deel je mee in de winst die dat bedrijf maakt. Dat rendement komt uit twee bronnen, namelijk koersstijging wanneer het bedrijf meer waard wordt en dividend wanneer het bedrijf een deel van de winst aan de aandeelhouders uitkeert.

Een spaarrekening geeft je rente, en die rente bepaalt de bank. Jij hebt daar geen enkele invloed op, en de bank verdient zelf een mooie marge op het verschil tussen wat ze jou geeft en wat ze met jouw geld doet. Wat dat betreft is de spaarrekening een prima parkeerplaats voor je buffer, maar geen plek om vermogen op te bouwen.

De motor onder vermogensopbouw heet rente op rente. Elk jaar bouw je verder op het bedrag van vorig jaar, inclusief het rendement dat je al eerder verdiend had. Over een paar jaar merk je daar weinig van. Over twintig jaar merk je er alles van.

Goed, de cijfers. Neem een startvermogen van €100.000 dat twintig jaar blijft staan. Op een spaarrekening tegen 2% rente groeit dat naar ruim €148.500. Belegd tegen een gemiddeld rendement van 7% per jaar groeit hetzelfde bedrag naar bijna €387.000.

Dat is een verschil van ruim €238.000.

Dat bedrag staat gelijk aan een flinke aanvulling op je pensioen, terwijl je er geen euro extra voor hebt ingelegd. Het belegde vermogen eindigt bijna 2,6 keer zo hoog als het gespaarde vermogen. Die 7% is uiteraard een aanname en geen garantie, want aandelen kennen ook jaren met verlies en de volgorde van goede en slechte jaren beïnvloedt je eindresultaat.

Nou, dan het deel dat veel spaarders liever niet horen. Ook niets doen is een keuze, en die keuze heeft een prijskaartje. Bij een gemiddelde inflatie van 2,5% per jaar houd je van €100.000 na vijftien jaar nog ongeveer €68.400 aan koopkracht over. Je levert dus bijna €31.600 in, zo'n 31,6%, zonder dat je er iets van ziet op je bankafschrift.

Vergelijk het met een bekertje met gaatjes. Hoe zorgvuldig je het ook vasthoudt, er lekt elk jaar wat weg. En jij maar sparen.

ScenarioStartbedragLooptijdUitkomst
Sparen tegen 2% rente€100.00020 jaarruim €148.500
Beleggen tegen gemiddeld 7%€100.00020 jaarbijna €387.000
Verschil tussen beide20 jaarruim €238.000
Niets doen bij 2,5% inflatie€100.00015 jaarongeveer €68.400 aan koopkracht

Denk niet dat 2,5% inflatie een somber scenario is. Volgens het CBS kwam de Nederlandse inflatie in 2022 uit op 10%, het hoogste niveau in decennia. In zo'n jaar loopt je bekertje niet langzaam leeg, dan gutst het eruit.

Wil je de basis nog eens rustig op een rij hebben, lees dan ook mijn artikel over beleggen voor beginners en het opbouwen van vermogen. Want dat beleggen loont, staat vast. De vraag is alleen hoe je het doet, en daar gaat het bij veel mensen mis.

Wat zijn de grootste nadelen van beleggen in ETF's?

Een ETF voelt als een hangmat op een zomerse middag. Je gaat erin liggen, doet je ogen dicht en laat de markt het werk doen. Heerlijk, totdat er een onweersbui losbarst en je merkt dat een hangmat geen dak heeft.

Een ETF is een beursgenoteerd fonds dat een index volgt, zoals de S&P 500 of de AEX. Je koopt in één transactie een klein stukje van alle bedrijven in die index, verdeeld naar hun beurswaarde. Dat klinkt efficiënt, en op papier is het dat ook. In de praktijk zie ik bij beleggers in ETF's echter een reeks nadelen terugkomen die zelden in de folder staan.

  • Geen bescherming bij een daling. Een index volgt de markt netjes omhoog, maar ook netjes omlaag. Er zit geen rem op.
  • Je koopt meer van wat al duur is. De meeste indices wegen naar beurswaarde, waardoor de grootste en vaak duurste bedrijven het zwaarst meetellen.
  • Verborgen kosten. De lopende kosten lijken laag, maar het werkelijke verschil met de index, de tracking difference, valt vaak hoger uit.
  • Geen invloed op de inhoud. Je koopt alles wat in de index zit, of je het nu wilt of niet.
  • Dividendlekkage. Binnen het fonds gaat vaak al bronbelasting af die jij als particulier niet kunt terugvragen.
  • Verleidelijk handelsgedrag. Omdat je met één klik kunt kopen en verkopen, ligt overhaast handelen altijd op de loer.

Dat laatste punt wordt zwaar onderschat. Een ETF is bedoeld om er lang mee te blijven zitten, maar je kunt hem elke seconde van de handelsdag verkopen. Wie zijn portefeuille dagelijks bekijkt, handelt vaker. En wie vaker handelt, handelt slechter.

Dat is niet mijn mening, dat zijn de feiten. Brad Barber en Terrance Odean onderzochten de beleggingsrekeningen van ruim 66.000 Amerikaanse huishoudens over de periode 1991 tot 1996. De groep die het meest handelde, haalde een netto rendement van 11,4% per jaar, terwijl de markt in die periode 17,9% per jaar opleverde. Hun paper kreeg niet voor niets de titel "Trading Is Hazardous to Your Wealth".

Shlomo Benartzi en Richard Thaler lieten in 1995 bovendien zien dat beleggers die hun resultaten vaak evalueren, veel vaker verliezen te zien krijgen. Ze noemden dat myopic loss aversion, ofwel bijziende verliesaversie. Wie elke dag kijkt, ziet op bijna de helft van de handelsdagen rode cijfers en raakt sneller in paniek dan iemand die eens per kwartaal de balans opmaakt.

Wat je eraan kunt doen, is opvallend simpel. Leg een vast inlegmoment en een vaste evaluatiefrequentie vast, bijvoorbeeld eens per maand op een vaste dag. Op dat moment kijk je, beslis je volgens je plan en klap je de laptop weer dicht.

Wel even eerlijk, want dat hoort erbij. Een ETF is niet per definitie een slecht product, en dat zeg ik in de training ook. Een ETF is alleen geen strategie en zeker geen risicomanagement. Wie wil weten hoe kosten en tussenpersonen ongemerkt aan je rendement knabbelen, vindt meer achtergrond in mijn artikel over hoe banken via fondsen een flink deel van je winst opstrijken.

Is spreiding genoeg om risico te beperken bij beleggen?

Neem een transportondernemer die voor tweehonderd verschillende klanten rijdt. Hij slaapt prima, want als één klant failliet gaat, merkt hij daar weinig van. Maar wanneer de dieselprijs verdubbelt en al die tweehonderd klanten tegelijk minder gaan vervoeren, helpt zijn brede klantenbestand hem geen meter.

Op de beurs werkt het precies zo. De redenering "de index koopt alles, dus ik ben gespreid, dus ik loop weinig risico" is comfortabel en wijdverspreid. Maar hij klopt niet.

Harry Markowitz liet in 1952 al zien dat spreiding vooral het bedrijfsspecifieke risico wegneemt, zoals een mislukte overname, een boekhoudschandaal of een product dat flopt. Wat overblijft, is het marktrisico, en dat risico verdwijnt niet, hoeveel aandelen je ook koopt. William Sharpe bouwde daar in 1964 op voort met zijn model voor het prijzen van risico, waarin juist dat marktbrede risico centraal staat.

Gary Brinson, Randolph Hood en Gilbert Beebower onderzochten in 1986 de resultaten van 91 grote Amerikaanse pensioenfondsen. Zij vonden dat 93,6% van de schommelingen in de kwartaalrendementen te verklaren was uit de verdeling over beleggingscategorieën, en dus uit de beweging van de markt als geheel. Met andere woorden, wat de hele markt doet, bepaalt het grootste deel van jouw rendementsvariatie.

De geschiedenis laat zien hoe diep en hoe lang zo'n marktbrede daling kan gaan. Onderstaande cijfers zijn gebaseerd op indexstanden zonder dividend.

PeriodeIndexDaling van top tot dalOude top weer bereikt
Internetbubbel, 2000 tot 2002S&P 500circa 49%2007
Internetbubbel, 2000 tot 2002Nasdaq Compositecirca 78%2015
Kredietcrisis, 2007 tot 2009S&P 500circa 57%2013
Japanse bubbel, vanaf 1989Nikkei 225ruim 80%2024
Coronacrash, februari tot maart 2020S&P 500circa 34%augustus 2020
Grafiek met de grootste dalingen van de S&P 500, Nasdaq Composite en Nikkei 225 en de tijd die het duurde voor herstel

Maak het eens concreet. Je hebt €250.000 belegd in een brede index en de markt zakt 30%. Op dat moment staat er nog €175.000 op je rekening. Je bent €75.000 kwijt, terwijl je honderden bedrijven bezat.

Dat is veel geld.

En de wiskunde werkt daarna tegen je, want om van €175.000 terug te komen op €250.000 heb je geen 30% maar bijna 43% stijging nodig. Dalen gaat sneller dan herstellen, dat is gewoon zo. En de Nikkei laat zien dat herstel ook ruim drie decennia kan duren, wat voor een belegger van 60 een heel ander verhaal is dan voor iemand van 25.

Het echte gevaar zit niet eens in de daling zelf. Beleggers die denken dat spreiding hun risicomanagement is, bouwen er geen risicomanagement omheen. Ze hebben geen positiebepaling, geen plan bij een daling van 30% en geen idee hoeveel ze maximaal bereid zijn te verliezen.

"Spreiding beschermt je tegen het faillissement van één bedrijf. Niet tegen een markt die als geheel omlaag gaat."

Daarom laat ik cursisten altijd drie dingen op papier zetten voordat ze ook maar één euro beleggen.

  1. Hoe diep het maximaal kan dalen. Kijk naar de historische dalingen van wat je koopt en reken uit wat dat in euro's betekent voor jouw vermogen.
  2. Hoelang zo'n daling kan duren. Zet dat naast je eigen tijdshorizon en je geldbehoefte in die periode.
  3. Wat je dan precies doet. Niet ongeveer, maar exact, met een concreet signaal en een concrete actie die je vooraf vastlegt.

Wie die drie antwoorden zwart op wit heeft, beslist op het moment suprême niet meer op gevoel. En gevoel is op de beurs een bijzonder dure raadgever.

Wat leert Cisco ons over beleggen via de index?

Zoek je één aandeel dat laat zien hoe een index je op het verkeerde moment het zwaarst kan laten inzetten, dan kom je uit bij Cisco Systems. In maart 2000 was de netwerkspecialist uit Californië kortstondig het meest waardevolle beursgenoteerde bedrijf ter aarde, met een beurswaarde van ruim $500 miljard. Iedereen wilde een stukje van het bedrijf dat de routers en switches leverde waarop het internet draaide.

Voor een indexbelegger betekende dat iets heel concreets. Omdat de S&P 500 naar beurswaarde weegt, hoorde Cisco op dat moment bij de zwaarste namen in de index. Elke euro die een passieve belegger inlegde, ging dus voor een flink deel naar een aandeel dat op zijn duurst was, met een koers/winstverhouding die destijds ver boven de 100 lag.

Wat daarna gebeurde, staat in de boeken. Het aandeel zakte van rond de $80 in maart 2000 naar minder dan $10 in oktober 2002, een daling van bijna 90%. En dat terwijl Cisco geen luchtfietserij was, want het bedrijf bleef bestaan, herstelde zijn winstgevendheid en zag zijn omzet in de jaren daarna flink groeien.

Ruim twee decennia later noteerde het aandeel nog altijd onder die top uit 2000. Pas in 2011 begon Cisco met het uitkeren van dividend, waardoor beleggers die al die tijd bleven zitten, jarenlang alleen konden hopen op koersherstel.

De les is tweeledig. Ten eerste beschermt een sterk bedrijf je niet tegen een te hoge instapprijs, want de waardering bepaalt je toekomstige rendement minstens zo sterk als de kwaliteit. Ten tweede koopt een index die naar beurswaarde weegt automatisch het meest van wat het hardst gestegen is.

Een belegger die Cisco zelf in portefeuille had, kon op basis van de waardering of het koersverloop besluiten om af te bouwen. Een trendvolger zag in de loop van 2000 al dat de stijgende trend gebroken was. Een indexbelegger had die keuze gewoon niet, want hij hield zijn Cisco precies zolang Cisco in de index zat.

"Een goed bedrijf is niet automatisch een goede belegging. De prijs die je betaalt, bepaalt wat je eraan verdient."

Voor de volledigheid, ook bij zelf selecteren kun je leergeld betalen. Wie in 2000 blind Cisco kocht omdat het bedrijf zo mooi groeide, had precies dezelfde klap te verwerken. Het verschil zit in de mogelijkheid om met heldere regels op tijd bij te sturen.

Wat kun je doen als je beleggingen 30% dalen?

Brandweerlieden oefenen niet tijdens de brand. Ze oefenen op een rustige dinsdagmiddag, zodat ze op het moment dat het alarm afgaat niet meer hoeven na te denken. Met een beursdaling van 30% werkt het net zo.

De meeste beleggers gaan pas nadenken over hun aanpak wanneer de koersen al hard onderuit gaan. Op dat moment regeren angst en twijfel, waardoor verkopen op de bodem of juist verlamd stilzitten heel verleidelijk wordt. Wie vooraf regels heeft vastgelegd, voert ze gewoon uit.

Een van de best onderzochte manieren om dat te doen, heet trendvolgen. De gedachte erachter is simpel. Zolang een markt of aandeel in een stijgende trend zit, blijf je erin, en zodra de koers onder een vooraf bepaalde trendlijn zakt, zoals een voortschrijdend gemiddelde over tien maanden, stap je uit of bouw je af.

Meb Faber publiceerde in 2007 een veelgeciteerde studie waarin hij precies zo'n regel toepaste op verschillende beleggingscategorieën. Zijn conclusie was dat het rendement vergelijkbaar bleef met kopen en vasthouden, terwijl de diepste dalingen fors kleiner werden. Tobias Moskowitz, Yao Hua Ooi en Lasse Pedersen vonden in 2012 een vergelijkbaar effect in 58 verschillende markten, en Hurst, Ooi en Pedersen toonden in 2017 aan dat trendvolgen over meer dan een eeuw aan data positieve resultaten liet zien.

Daarnaast is er momentum, het verschijnsel dat aandelen die het de afgelopen drie tot twaalf maanden goed deden, dat in de maanden daarna vaak blijven doen. Narasimhan Jegadeesh en Sheridan Titman beschreven dat effect al in 1993, en het is sindsdien in talloze markten en periodes teruggevonden. Wetenschappelijk bewezen strategieën zoals trendvolgen en momentum vullen elkaar wat dat betreft mooi aan.

Naast elkaar gezet ziet het verschil tussen de benaderingen er zo uit.

  • Passief vasthouden. Je ondergaat de volledige daling en hoopt op herstel, zonder plan voor de tussentijd.
  • Trendvolgen. Je stapt uit wanneer de trend breekt en stapt weer in wanneer de trend herstelt, waardoor je een deel van een langdurige daling kunt ontlopen.
  • Momentum. Je zit in de aandelen met de sterkste koersontwikkeling en wisselt periodiek naar nieuwe sterke namen.
  • Kwaliteit en dividend. Je selecteert bedrijven met sterke balansen en stabiele winsten, die in dalende markten vaak minder hard vallen.

Ik moet er wel eerlijk bij zijn, want trendvolgen is geen toverstaf. In markten die zijwaarts bewegen, krijg je valse signalen waarbij je uitstapt en kort daarna duurder weer instapt. Dat kost geld, en het vraagt discipline om je regels ook dan te blijven volgen.

Maar een paar keer leergeld betalen voor een vals signaal is iets heel anders dan de volle 50% van een beurskrach over je heen krijgen. Een simpele S&P 500 tracker leverde historisch gemiddeld zo'n 10% per jaar op, met dalingen tot boven de 50% erbij. Een bewezen trendvolgende aanpak probeert dat rendement te benaderen of te verbeteren, terwijl je die diepe dalen beperkt.

Schematische koersgrafiek met een voortschrijdend gemiddelde over tien maanden, met de momenten van uitstappen en weer instappen

Welke aanpak bij jou past, hangt af van je tijd, je karakter en je doelen. In mijn artikel over het kiezen van een beleggingsstrategie die bij jouw profiel past zet ik zeven bewezen methoden naast elkaar, inclusief de nadelen van elke methode.

Kun je zelf bepalen waar je geld naartoe gaat bij een ETF?

Bij een restaurant met een vast menu krijg je wat de kok heeft bedacht. Lust je geen vis, dan heb je pech, want de vis zit gewoon in de derde gang. Een ETF werkt op dezelfde manier.

Binnen een index koop je alles wat erin zit. Je kunt geen bedrijf of sector weglaten, of dat nu om ethische, religieuze of strategische redenen is. Vind jij een bepaalde sector structureel onaantrekkelijk, dan kun je die er niet uithalen zonder de hele index los te laten.

Nu zul je zeggen dat er honderden fondsen bestaan die op duurzaamheid, sectoren of thema's selecteren. Dat klopt, en die nuance hoort erbij. Maar die pasklare alternatieven sluiten zelden precies uit wat jij wilt uitsluiten, terwijl ze vaak duurder zijn en met hun tracking difference regelmatig flink afwijken van de moederindex.

Dan het dividend, en daar wordt het voor ondernemers pas echt interessant. Bij een ETF wordt het dividend automatisch uitgekeerd of automatisch herbelegd in dezelfde index. Je kunt het niet inzetten waar het op dat moment het meeste oplevert, bijvoorbeeld in een kwaliteitsaandeel dat net flink is gezakt of in een sector die je juist wilt versterken.

Accumulerende fondsen worden vaak gepresenteerd als efficiënt, omdat het dividend zonder transactiekosten wordt herbelegd. Maar binnen het fonds gaat er vaak al bronbelasting af op dividend uit bijvoorbeeld Amerikaanse aandelen, en die kun je als Nederlandse particulier niet verrekenen. Beoordeel dividend daarom altijd na lekkage, niet bruto.

Bij directe aandelen ligt dat anders. De Nederlandse dividendbelasting van 15% kun je in de regel verrekenen met je inkomstenbelasting, en ook voor buitenlandse bronbelasting bestaan er vaak verdragen die de schade beperken. In mijn artikel over fiscaal slimmer beleggen met dividend lees je hoe dat precies zit.

Goed, een rekenvoorbeeld. Met een portefeuille van €400.000 in zorgvuldig geselecteerde dividendaandelen met een gemiddeld dividendrendement van 4% ontvang je €16.000 per jaar. Dat is zo'n €1.333 per maand die je zelf kunt inzetten, als aanvulling op je inkomen of om bij te kopen waar je op dat moment de beste kansen ziet.

Het geld werkt dan voor jou, en jij beslist waar het naartoe gaat. Wanneer de bedrijven in je portefeuille hun dividend bovendien laten groeien, groeit dat inkomen mee zonder dat je extra inlegt. Hoe je zo'n portefeuille stap voor stap opbouwt, lees je in het artikel over dividendgroeiaandelen als bron van passief inkomen.

Natuurlijk vraagt zelf selecteren meer tijd en aandacht dan één fonds kopen. Je moet balansen kunnen lezen, waarderingen kunnen beoordelen en weten wanneer een dividend onder druk staat. Een vast selectiemodel voor kwaliteitsaandelen helpt je om dat gestructureerd en zonder emotie te doen.

"Bij een indexfonds kiest de index. Bij je eigen portefeuille kies jij."

Wat kun je nu doen?

Je hebt nu gezien hoe de basis van beleggen in elkaar zit, waarom sparen koopkracht kost en waarom brede spreiding je niet beschermt tegen de klap die er echt toe doet. Kennis is mooi, maar pas wanneer je die toepast, ga je er iets aan verdienen. Dit zijn vijf dingen die het onderzoeken waard zijn.

  1. Reken je eigen spaargat uit. Kijk hoeveel van je vermogen op de spaarrekening staat en bereken wat inflatie daar over vijftien jaar van overlaat.
  2. Beantwoord de drie vragen op papier. Schrijf op hoe diep jouw portefeuille kan dalen, hoelang dat kan duren en wat je dan precies doet.
  3. Leg je evaluatiemoment vast. Kies een vaste dag per maand of per kwartaal en laat je portefeuille daartussen met rust.
  4. Onderzoek of trendvolgen bij jou past. Lees de studies van Faber en van Hurst, Ooi en Pedersen, en kijk hoe een eenvoudige trendregel er voor jouw portefeuille uit zou zien.
  5. Bekijk wat zelf selecteren je oplevert. Overweeg om te onderzoeken hoe een portefeuille van kwaliteitsaandelen en dividendaandelen je meer invloed geeft op risico, inhoud en inkomen.

Niemand weet wat de markt morgen doet. Maar wat we wel weten, is dat er altijd weer een daling van 30% of meer komt, en dat de beleggers met een plan daar het beste doorheen komen. In mijn boeken 10 Stappen Succesvol Beleggen en Beter dan de Bank werk ik die aanpak verder uit voor wie het rustig thuis wil nalezen.

Dat is de kern. Niet wat de markt vandaag doet, maar wat jij ermee doet.

Wil je leren hoe je zelf aandelen selecteert, trendvolgen toepast en een dividendportefeuille opbouwt die je zelf in de hand hebt, kijk dan eens rond in de trainingen en masterclasses van Beleggen.com. Daar laten we met echte voorbeelden en wetenschappelijk onderbouwde regels zien hoe actief beleggen werkt, zodat je beslist op basis van kennis in plaats van hoop.

Bronnen

  1. Markowitz, H. (1952). Portfolio Selection. The Journal of Finance, 7(1).
  2. Sharpe, W. F. (1964). Capital Asset Prices: A Theory of Market Equilibrium under Conditions of Risk. The Journal of Finance, 19(3).
  3. Brinson, G. P., Hood, L. R., & Beebower, G. L. (1986). Determinants of Portfolio Performance. Financial Analysts Journal, 42(4).
  4. Barber, B. M., & Odean, T. (2000). Trading Is Hazardous to Your Wealth: The Common Stock Investment Performance of Individual Investors. The Journal of Finance, 55(2).
  5. Benartzi, S., & Thaler, R. H. (1995). Myopic Loss Aversion and the Equity Premium Puzzle. The Quarterly Journal of Economics, 110(1).
  6. Jegadeesh, N., & Titman, S. (1993). Returns to Buying Winners and Selling Losers: Implications for Stock Market Efficiency. The Journal of Finance, 48(1).
  7. Faber, M. T. (2007). A Quantitative Approach to Tactical Asset Allocation. The Journal of Wealth Management, 9(4).
  8. Moskowitz, T. J., Ooi, Y. H., & Pedersen, L. H. (2012). Time Series Momentum. Journal of Financial Economics, 104(2).
  9. Hurst, B., Ooi, Y. H., & Pedersen, L. H. (2017). A Century of Evidence on Trend-Following Investing. The Journal of Portfolio Management, 44(1).
  10. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Inflatie in 2022 (jaarcijfers consumentenprijsindex).
  11. Van Wijk, H. Verdiepingstraining De 30 nadelen van beleggen in ETF's. Beleggen.com.

Baby's Eerste Miljoen — Gratis boek (alleen €6,95 verzendkosten). Bekijk hier.

Disclaimer: Dit artikel is geschreven voor educatieve doeleinden en vormt geen beleggingsadvies of aanbeveling tot het doen van transacties. De informatie in dit artikel is met zorg samengesteld, maar Beleggen.com aanvaardt geen aansprakelijkheid voor onvolledigheid of onjuistheid. Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kunt (een deel van) je inleg verliezen. Doe altijd je eigen onderzoek en raadpleeg een financieel adviseur voordat je beleggingsbeslissingen neemt.

Harmen van Wijk

Harmen van Wijk

Harmen van Wijk is oprichter van Beleggen.com en auteur van de boeken "In 10 Stappen Succesvol Beleggen", "Baby's Eerste Miljoen" en "Beter dan de Bank". Met meer dan 20 jaar ervaring in de beleggingswereld helpt hij Nederlandse en Belgische particuliere beleggers met praktische strategieën voor vermogensopbouw en financiële vrijheid.

LinkedIn logo icon
Youtube logo icon
Back to Blog
🔇 Klik voor geluid

De meest succesvolle beleggers delen één geheim.

Het staat niet in de krant. Het heeft niets met de beurs te maken. En vrijwel geen enkele particuliere belegger doet het.

In deze gratis training laat ik je precies zien wat het is, én hoe je het vandaag nog toepast.

👉 Meld je gratis aan:
Harmen van Wijk

Harmen van Wijk

Oprichter Beleggen.com · 38 jaar ervaring
124.000+ beleggers geholpen

→ Volledige bio
15–20% rendement per jaar
124K+ beleggers geholpen
38 jaar ervaring

Na mijn studie bedrijfseconomie werkte ik o.a. mee aan het opzetten van de beleggingssites van SNS Bank, de ABN Amro Turbo's en was ik sitemanager van De Financiële Telegraaf. Inmiddels help ik particuliere beleggers met bewezen strategieën.

Voormalig
SNS Bank · BinckBank · SNS FundCoach · ABN Amro Turbo's · De Financiële Telegraaf
Te zien & te horen bij
BNR Nieuwsradio Radio 1 Radio 2 EenVandaag Business Class Netwerk Rondom 10 FinanceTelevision
Auteur van o.a.

Of ontvang direct de 10 stappen:

Ontvang nu gratis

BeursBulletin Alerts B.V. | Beleggen.com | Beter Dan De Bank © 2026
​Algemene Voorwaarden | Privacy | Disclaimer | Inkomsten Disclaimer

TEL: 31352031867

KvK nr: 34244390
​​​ Huizermaatweg 31, 1273 NA Huizen, Nederland

Belangrijk om te weten — Beleggen.com biedt uitsluitend educatie en coaching aan particuliere beleggers. Wij verstrekken geen beleggingsadvies, vermogensbeheer of andere diensten waarvoor op grond van de Wet op het financieel toezicht (Wft) een vergunning of registratie vereist is. Beleggen.com beschikt daarom niet over een vergunning van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en valt niet onder AFM-toezicht. De informatie op deze website is algemeen van aard, niet toegesneden op uw persoonlijke situatie en kan niet worden beschouwd als een persoonlijke aanbeveling tot het kopen, verkopen of aanhouden van financiële instrumenten. Beleggen brengt risico's met zich mee; u kunt (een deel van) uw inleg verliezen. U bent zelf verantwoordelijk voor uw beleggingsbeslissingen.