
Inflatie 2025 Nederland: CBS-Cijfers en Impact op Vermogen
Kijk, vorig jaar was de inflatie in Nederland rond de 2,5 tot 3%, en bijna iedereen haalde opgelucht adem. De piek van 2022 en 2023 leek definitief achter ons, de spaarrekening voelde weer een beetje veilig en de ECB kon zich richten op haar doelstelling van 2%. Maar nu, in september 2026, is de rentediscussie terug van weggeweest, en de signalen worden weer onrustiger.
Analisten van Bank of America spreken over twee extra renteverhogingen dit jaar, Fortune schrijft dat de Amerikaanse staatsschuld de begrotingsvoorspellingen van het Congressional Budget Office "opblaast", en raffinaderijen zijn wereldwijd het nieuwe knelpunt in de energievoorziening. Dat voelt anders dan de brave 2%-inflatie uit de schoolboekjes, en voor jouw portefeuille betekent het dat stilzitten niet langer volstaat.
In dit artikel duiken we in de CBS-cijfers van 2025, in tachtig jaar Amerikaanse inflatiegeschiedenis, en in wat dat concreet betekent voor een portefeuille die moet standhouden tegen prijsstijgingen, renteschommelingen én geopolitieke onrust. Geen voorspellingen, wel concrete kijkpunten.
Hoe het CBS inflatie meet en wat je werkelijk betaalt
De inflatie Nederland zoals het CBS deze rapporteert, voelt als één simpel getal op het journaal, maar achter die 2,5% of 3% steekt veel meer. Het CBS berekent een consumentenprijsindex (CPI) die duizenden producten en diensten weegt, van huurprijzen tot avocado's. Elk product krijgt een wegingsfactor op basis van hoeveel Nederlandse huishoudens er gemiddeld aan uitgeven.
Wat veel beleggers door elkaar halen, is het verschil tussen prijsstijging en rente. Prijsstijging is het tempo waarin kosten oplopen. Rente is de prijs van geld, en de ECB gebruikt die tweede knop om de eerste te temperen.
Stijgt de inflatie te hard, dan verhoogt de centrale bank de rente, waardoor lenen duurder wordt, consumptie afkoelt en de prijsdruk afneemt. Dit spelletje van actie en reactie bepaalt veel van wat er op de beurs gebeurt.
Binnen het CBS-cijfer maakt het statistiekbureau ook onderscheid tussen headline-cijfers en kerninflatie. De headline-versie is het totaal inclusief volatiele componenten zoals energie en voeding. Kerninflatie sluit die uit, omdat energieprijzen bijvoorbeeld sterk kunnen schommelen door geopolitieke gebeurtenissen zonder dat de onderliggende economie structureel oververhit raakt.
Voor een belegger is dat onderscheid geen academische oefening, want de ECB kijkt vooral naar kerninflatie om te bepalen of een renteverhoging nodig is. Dat bepaalt vervolgens of obligaties interessant worden of juist onaantrekkelijk.
Wat veel mensen missen, is dat het CBS-gemiddelde enorme verschillen verbergt tussen categorieën. Terwijl het totaalcijfer rustig oogt, kan de prijs van je boodschappen, je energierekening of je huur een compleet ander verhaal vertellen. Juist dat verschil tussen het gemiddelde en jouw persoonlijke uitgavenpatroon is waar het echt toe doet voor je portefeuille.
De inflatiecijfers van 2025 en waarom 2026 anders voelt
De inflatie 2025 Nederland was geen rechte lijn naar beneden. Volgens CBS-cijfers schommelde de Nederlandse prijsstijging rond de 3%, gedreven door hardnekkige diensteninflatie en aanhoudende huurstijgingen, terwijl energieprijzen destijds juist tijdelijk afkoelden. Dat leek aanvankelijk een redelijk comfortabel scenario, zeker vergeleken met de dubbele cijfers uit 2022.
Begin 2025 voorspelden analisten een verdere daling richting het ECB-doel van 2%. Achteraf was die voorspelling te optimistisch, want de combinatie van het Iran-conflict en de aanhoudende oorlog in Oekraïne heeft de mondiale raffinagecapaciteit onder druk gezet. The Wall Street Journal meldde recent dat raffinaderijen inmiddels het grootste knelpunt vormen in de mondiale energievoorziening, met name voor diesel.
Dat vertaalt zich direct in hogere diesel- en brandstofprijzen, wat weer doorwerkt in transportkosten, voedselprijzen en uiteindelijk in je portemonnee. Voor je beleggingsportefeuille is dat niet alleen macro-economisch jargon, want het raakt ook de kostenstructuur van vrijwel elk bedrijf waar je in belegt.
Een transportbedrijf, een supermarktketen of een industriële producent voelen allemaal de stijgende brandstofkosten in hun marges. Dat kan zowel negatief uitpakken als een kans bieden, afhankelijk van hoe het bedrijf dat aanpakt.
Ondertussen laait de rentediscussie in de Verenigde Staten weer op. Bank of America-analisten spraken recent over twee extra renteverhogingen dit jaar, terwijl Fortune meldde dat de oplopende American Treasury yields de begrotingsprognoses van het Congressional Budget Office achterhaald maken. Stijgt de Amerikaanse rente structureel, dan trekt dat meestal ook Europese rentes mee omhoog via internationale kapitaalstromen.
80 jaar inflatiegeschiedenis: hoe prijsstijgingen werkelijk werken
Onderzoekers die teruggingen tot 1926 identificeerden acht duidelijk afgebakende inflatieperiodes in Amerika op basis van consistente methodologie, gepubliceerd in het working paper The Best Strategies for Inflationary Times. De conclusie is scherp en ongemakkelijk voor wie denkt dat het officiële cijfer het complete verhaal vertelt.
Van de 125 onderzochte combinaties tussen een inflatoir regime en een specifieke prijscomponent, bleek 63% een geannualiseerde stijging van 5% of meer te ervaren, ruim boven wat de meeste mensen als "normaal" beschouwen. Dat is geen incidentele uitschieter, dat is meer dan de helft van alle gevallen.
Nog opvallender is de tweede bevinding. In 100% van de gevallen lag de prijsstijging van een specifieke component hoger tijdens een inflatoir regime dan daarbuiten, en in 59% van de gevallen was die stijging minstens twee keer zo hoog. Dat geeft de werkelijke aard van inflatie bloot.
De gemiddelde consument merkt prijsstijging niet via het gemiddelde, maar via de uitschieters in zijn eigen uitgavenpatroon.
Om dat gevoel tastbaar te maken, is de regel van 72 een simpel maar krachtig hulpmiddel. Deze vuistregel geeft aan in hoeveel jaar prijzen verdubbelen bij een bepaald stijgingspercentage, door 72 te delen door dat percentage. Bij een aanhoudende stijging van 3,3% verdubbelen de kosten in ongeveer 21,3 jaar.
Dat klinkt ver weg, maar reken het door. Een kind dat vandaag geboren wordt, leeft als tiener in een wereld waar de boodschappen, de huur en de energierekening twee keer zo duur zijn als nu, puur op basis van dit stijgingstempo.
Voor de 50-jarige ondernemer met een horizon van twintig tot dertig jaar betekent dit dat "de huidige prijzen" als ankerpunt volledig irrelevant wordt tegen het moment dat hij met pensioen gaat. De tijd werkt tegen je als je alleen spaarders bent.
Wat deze onderzoeksdata laat zien, is dat prijsstijging zelden een geïsoleerd fenomeen is dat je kunt negeren. De tabel hieronder vat de kernbevindingen samen.
| Bevinding | Cijfer / waarde |
|---|---|
| Inflatoire regimes sinds 1926 | 8 periodes |
| Onderzochte regime-componentparen | 125 |
| Paren met stijging van 5% of meer | 63% |
| Componenten die harder stijgen in inflatieregimes | 100% |
| Componenten die minstens 2x zo hard stijgen | 59% |
| Verdubbelingstijd prijzen bij 3,3% stijging (regel van 72) | 21,3 jaar |
Spaargeld versus beleggen: wat prijsstijging werkelijk steelt
Hier wordt het rekenkundig interessant en eerlijk gezegd ongemakkelijk. Sparen voelt veilig, want het bedrag op je rekening daalt nooit nominaal. Maar bij de huidige stijgingspercentages is dat gevoel van veiligheid een illusie, want de koopkracht van dat bedrag daalt wel degelijk, maand na maand.
Stel dat je €100.000 op een spaarrekening laat staan, bij een aanhoudende stijging van 3,3% over tien jaar. Nominaal blijft dat bedrag gewoon €100.000, er wordt geen cent afgeschreven. Maar de reële koopkracht daalt naar €72.276, een verlies van €27.724, ofwel 27,7% aan koopkracht die simpelweg verdampt.
Dat is geld dat verdwijnt zonder dat er ooit een transactie op je bankafschrift verschijnt.
Vergelijk dit met wat er gebeurt als je hetzelfde bedrag actief laat werken. Bij een spaarrente van 1,5% eindig je na tien jaar op €116.054. Nominaal win je wat terug, maar zelfs dat kan niet tippen aan wat een portefeuille met hoger rendement oplevert.
Bij een rendement van 8%, realistisch voor een actief beheerde aandelenportefeuille over langere periode, eindig je op €215.892. Het verschil met sparen is €99.838 aan gemist rendement, puur omdat je voor "veilig" sparen koos in plaats van je geld te laten werken.
- Sparen bij 1,5% rente: €100.000 wordt €116.054 na 10 jaar
- Beleggen bij 8% rendement: €100.000 wordt €215.892 na 10 jaar
- Verschil na 10 jaar: €99.838 aan gemist rendement
- Koopkrachtverlies bij 3,3% stijging: €27.724 op €100.000
Het probleem met sparen is niet dat het "fout" is. Het probleem is dat het een stille keuze is. Door niets te doen, kies je impliciet voor koopkrachtverlies, en dat is waarom prijsstijging soms de onzichtbare belasting wordt genoemd.
Voor de 50-jarige ondernemer met bijvoorbeeld €500.000 vermogen is de vraag dus niet "moet ik uit aandelen naar obligaties stappen". De echte vraag is hoe je ervoor zorgt dat je rendement structureel boven de stijging plus je kosten uitkomt. Dat vraagt om actieve keuzes, zoals sectorrotatie richting bedrijven met prijszettingsvermogen, dividendaandelen die hun uitkering kunnen verhogen, en een kritische blik op vastrentende waarden op het moment dat rentes juist weer kunnen stijgen.
Unilever casestudy: hoe bedrijven inflatiedruk doorberekenen
Unilever is een schoolvoorbeeld van een bedrijf met prijszettingsvermogen. Toen grondstofprijzen tussen 2022 en 2023 fors stegen, deed het bedrijf wat veel FMCG-producenten deden, namelijk de verkoopprijzen verhogen, ondanks het risico dat consumenten zouden overstappen naar goedkopere huismerken.
Het resultaat was tweeledig. Het aandeel stond tijdlang onder druk, omdat beleggers vreesden voor verlies aan verkoopvolume nu klanten kritischer werden op prijs. Tegelijkertijd bleef de omzet in euro's overeind dankzij die prijsverhogingen, en werd het dividend niet gekort, ondanks de kostendruk die het bedrijf net als de consument zelf ervaarde.
De les hierin voor 2026 is niet "koop Unilever". De les is dat bedrijven met sterke merken en structureel prijszettingsvermogen beter bestand blijken tegen prijsstijgende regimes dan bedrijven die kostenverhogingen niet kunnen doorberekenen. Dat is precies het soort fundamentele analyse dat een actieve belegger zou doen vóórdat hij een positie overweegt, door te kijken naar marges, merkkracht en de mate waarin een bedrijf eerder al prijsverhogingen wist door te voeren zonder klanten massaal te verliezen.
Om te illustreren wat consistente dividendgroei over een langere periode kan opleveren bij zo'n kwaliteitsaandeel, een rekenvoorbeeld. Stel je belegt €10.000 tegen een gemiddeld jaarlijks rendement van 8% over 15 jaar, dan groeit dat naar €31.722. Dat is een groei van €21.722, oftewel je oorspronkelijke inleg ruim verdrievoudigd.
Dit cijfer is een illustratie en geen garantie, want individuele aandelen kennen hun eigen risico's. Maar het laat wel zien waarom bedrijven met aantoonbaar prijszettingsvermogen relevant zijn om te onderzoeken in een periode waarin sommige prijscomponenten structureel harder stijgen dan het gemiddelde.
Drie scenario's voor 2026-2027 en wat ze betekenen
Niemand weet zeker welke kant rente en stijgingspercentages gaan. Wat we wél kunnen doen, is drie realistische scenario's schetsen op basis van actuele signalen, zodat je zelf kunt oriënteren zonder blind op één voorspelling te varen.
Scenario 1, "Terug naar normaal". Prijsstijging zakt in 2027 richting het ECB-doel van 2%, de rente stabiliseert, en defensieve dividendaandelen blijven de stille kampioenen. In dit scenario blijft de nadruk liggen op kwaliteit, spreiding en geduld.
Scenario 2, "Hardnekkige energie-stijging". De raffinaderijknelpunten en geopolitieke spanningen houden energie- en transportkosten structureel hoog. In dit scenario worden sectorrotatie en een kritische blik op energie- en grondstofbedrijven relevant, omdat deze sectoren historisch meeprofiteren van aanhoudende prijsdruk in hun markt.
Scenario 3, "Amerikaanse schuldencrisis slaat over". Als oplopende Amerikaanse rentes daadwerkelijk een fiscale crisis triggeren, kan dat via internationale kapitaalstromen ook Europese rentes treffen. In dit scenario hebben edelmetalen en inflatiebestendige aandelen historisch gezien een tegengewicht vervuld.
- Terug naar normaal: focus op kwaliteit, spreiding en dividendgroei
- Hardnekkige energie-stijging: sectorrotatie en grondstoffenbedrijven
- Schuldencrisis-overslag: edelmetalen en inflatiebestendige posities
Dit zijn geen voorspellingen of aanbevelingen, maar observaties uit onderzoek en geschiedenis. Gebruik ze als uitgangspunt om je eigen portefeuille tegen het licht te houden en te onderzoeken welke posities tegen welk scenario kwetsbaar zijn.
Conclusie: drie concrete zaken om nu te onderzoeken
De CBS-cijfers van 2025 en de marktonrust van 2026 vertellen samen één verhaal. Prijsstijging is zelden een geïsoleerd getal dat netjes binnen het ECB-doel van 2% blijft. Wie er niets mee doet, kiest stilzwijgend voor koopkrachtverlies, en dat is geen doemdenken maar gewoon rekenkunde, zoals de €27.724 aan verdampte koopkracht uit sectie vier laat zien.
Dit artikel is geen beleggingsadvies en pretendeert niet te weten hoe rente en stijging zich exact ontwikkelen. Wel biedt het concrete zaken die je zelf verder kunt uitzoeken, aangepast aan je eigen situatie en risicobereidheid.
Drie dingen die je nu kunt onderzoeken
- Volg de maandelijkse CBS-inflatiecijfers ten opzichte van het ECB-doel van 2%, en onderzoek wat een eventuele renteverhoging betekent voor rentegevoelige posities in je portefeuille.
- Bekijk in jaarverslagen welke bedrijven daadwerkelijk prijsverhogingen wisten door te voeren zonder klanten massaal te verliezen, zoals Unilever dat deed.
- Reken uit wat het verschil is tussen je nominale en je reële rendement, en check of je strategie structureel boven prijsstijging plus kosten uitkomt.
Wil je verder lezen over hoe je dit soort inzichten omzet in concrete portefeuillestructuur? Op beleggen.com vind je doorlopend nieuwe analyses en achtergrondstukken die je helpen om zelf de juiste vragen te stellen.
Bronnen
- The Best Strategies for Inflationary Times, working paper, beschikbaar via SSRN (abstract 3813202)
- Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Consumentenprijsindex Nederland, statistieken 2025-2026
- Bullard, J. (2018), "The Case for a Symmetric Inflation Target," Federal Reserve Bank of St. Louis
- The Wall Street Journal, "Refineries Are Now the Main Chokepoint for Global Energy Supplies," 19 september 2026
- Fortune, "Treasury yields are blowing up CBO forecasts, and experts who downplayed US debt fears are worried," 19 september 2026
Webinar Persoonlijk Beleggingsplan — Zonder plan geen succes - stap 1 voor succesvol beleggen. Bekijk hier.
Disclaimer: Dit artikel is geschreven voor educatieve doeleinden en vormt geen beleggingsadvies of aanbeveling tot het doen van transacties. De informatie in dit artikel is met zorg samengesteld, maar Beleggen.com aanvaardt geen aansprakelijkheid voor onvolledigheid of onjuistheid. Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kunt (een deel van) je inleg verliezen. Doe altijd je eigen onderzoek en raadpleeg een financieel adviseur voordat je beleggingsbeslissingen neemt.

