
Meesman rendement berekenen na kosten en belasting
Geschreven door Harmen van Wijk, oprichter van Beleggen.com
Wil je het Meesman rendement berekenen van je eigen geld, kijk dan niet naar het percentage van het fonds, maar naar je geldgewogen rendement na kosten, belasting en inflatie. Dat bereken je met de functie IR.SCHEMA in Excel (XIRR in Google Sheets) en je eigen stortingen en opnames. Het fondsrendement is namelijk een tijdgewogen cijfer en wijkt af van wat jij persoonlijk verdient.
Kijk, je kent ze vast wel, die verjaardagen waarbij iemand tussen de bitterballen door vertelt dat zijn rekening bij Meesman "gewoon 11% per jaar" doet. Ik hoor dat verhaal geregeld. Negen van de tien keer gaat het over het rendement van het fonds en niet over het rendement van zijn eigen geld.
Dat verschil is geen detail. Zodra je tussentijds geld bijstort of opneemt, wijkt jouw persoonlijke resultaat af van wat het fonds rapporteert, soms met hele procenten tegelijk. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de kosten, de heffing in box 3 en de inflatie die er stilletjes aan knabbelen.
De vraag kreeg na oktober extra lading. In die maand verdampte meer dan $2 biljoen aan beurswaarde in de Nasdaq 100, omdat beleggers zich zorgen maakten over de enorme uitgaven aan AI, zwakkere vrije kasstromen en de hoge rente. Wie in een mondiaal indexfonds zit, bezit die Amerikaanse techgiganten gewoon mee, of hij dat nu wil of niet.
In dit artikel leer je in ieder geval drie dingen. Je leest je overzicht bij Meesman zoals het bedoeld is, je rekent je echte rendement na kosten, belasting en inflatie uit en je gebruikt precies dezelfde methode om vastgoed en een eigen aandelenselectie eerlijk naast je indexfonds te leggen. Pak er gerust een kop koffie en je laatste jaaroverzicht bij.
Hoe lees je het rendement in je overzicht van Meesman?
Een fondsrendement lijkt op het landelijke weerbericht. In De Bilt kan het een prachtige zomerdag zijn, terwijl het bij jou in Groningen met bakken uit de lucht komt. Allebei waar, alleen gaat maar één van de twee over jouw achtertuin.
Fondsaanbieders, Meesman net zo goed als elke andere partij, rapporteren het rendement van een fonds meestal als tijdgewogen rendement. Die methode haalt het effect van stortingen en opnames er bewust uit, zodat je ziet hoe goed het fonds zelf heeft gepresteerd. De internationale GIPS standaarden van het CFA Institute schrijven die methode ook voor wanneer je vermogensbeheerders onderling vergelijkt, en wat dat betreft is er niets mis mee.
Jouw portemonnee rekent alleen anders. Het geldgewogen rendement houdt rekening met wanneer jij geld instopt en hoeveel. Stort je vlak voor een daling een flink bedrag bij, dan telt die daling voor jou veel zwaarder dan voor het fonds.
Een simpel voorbeeld met ronde getallen maakt het verschil meteen duidelijk.
| Moment | Wat gebeurt er | Waarde van je rekening |
|---|---|---|
| Start jaar 1 | Je legt €10.000 in | €10.000 |
| Eind jaar 1 | Het fonds stijgt 20% | €12.000 |
| Begin jaar 2 | Je stort €50.000 bij | €62.000 |
| Eind jaar 2 | Het fonds daalt 10% | €55.800 |
Het fonds meldt over die twee jaar netjes een rendement van 8%, want 20% winst gevolgd door 10% verlies komt uit op een groeifactor van 1,2 keer 0,9. Jij hebt in totaal €60.000 ingelegd en kijkt nu naar €55.800. Dat is een verlies van €4.200.
Twee cijfers, allebei correct. En ze vertellen een totaal ander verhaal.
Het fonds kan het prima doen terwijl jij leergeld betaalt. Dat is geen tegenspraak, dat is gewoon rekenkunde.
In je overzicht bij Meesman zie je naast het fondsrendement ook je inleg en de actuele waarde van je rekening. Welke methode achter een getoond percentage zit, staat doorgaans in de toelichting, en die is het lezen waard voordat je conclusies trekt. Twijfel je, ga dan uit van je eigen cijfers en niet van het percentage dat het mooist oogt.
Nou, en dan nog één ding dat veel beleggers over het hoofd zien. Een fondsrendement wordt vaak per kalenderjaar of over vaste perioden getoond, terwijl jij misschien halverwege een jaar bent ingestapt en sindsdien elke maand bijstort. Jouw instapmoment en het startpunt van de grafiek zijn dus zelden hetzelfde, waardoor de vergelijking scheef loopt nog voordat je bent begonnen.
Hoe bereken je je echte rendement bij Meesman in Excel of Google Sheets?
Elke ondernemer weet dat de omzet in een folder niets zegt over de winst op je bankrekening. Bij beleggen werkt het net zo, en daarom begint een goed rekenmodel bij je eigen administratie en nooit bij een percentage uit een brochure. Je hebt maar vier soorten gegevens nodig.
- Startwaarde, oftewel je eerste inleg en de datum waarop die werd afgeschreven
- Stortingen, elke extra inleg met datum, ook de automatische maandelijkse bedragen
- Onttrekkingen, alles wat je hebt opgenomen, eveneens met datum
- Eindwaarde, de actuele waarde van je rekening op de dag dat je rekent
De simpelste manier is het totaalrendement. Je neemt de eindwaarde, trekt daar alles af wat je netto hebt ingelegd en deelt de uitkomst door die netto inleg. In het voorbeeld hierboven kom je dan uit op €4.200 verlies gedeeld door €60.000, ofwel 7% verlies.
Handig voor een snelle blik, maar het totaalrendement kent geen tijd. Een winst van 20% in twee jaar is iets heel anders dan 20% in tien jaar, en bij tientallen maandelijkse stortingen raakt het cijfer al snel kant noch wal. Daarvoor heb je de functie XIRR nodig, die in de Nederlandse versie van Excel IR.SCHEMA heet.
- Zet in kolom A de datums van al je stortingen en onttrekkingen, en als laatste regel de datum van vandaag.
- Zet in kolom B de bijbehorende bedragen. Stortingen noteer je als negatief getal, want dat geld gaat van jou naar het fonds.
- Onttrekkingen en de actuele eindwaarde noteer je als positief getal, want dat geld komt naar jou terug.
- Typ in een lege cel
=IR.SCHEMA(B2:B20;A2:A20)in Excel of=XIRR(B2:B20;A2:A20)in Google Sheets, en pas het bereik aan op het aantal regels dat je hebt. - Zet de cel op percentage en je ziet je persoonlijke rendement per jaar.
Dit is je eigen rendement berekenen calculator, en hij kost je niets behalve een kwartiertje typen. Excel zoekt het ene jaarpercentage waarbij al jouw geldstromen precies tegen elkaar wegvallen, waardoor het tijdstip van elke euro meetelt. Wil je meer achtergrond bij deze en andere rekenmethodes, lees dan ons stuk over de drie formules om rendement te berekenen, waar CAGR en XIRR uitgebreider aan bod komen.
Goed, dan de kosten. Bij indexfondsen zitten de lopende kosten doorgaans al in de koers verwerkt, en dan is je uitkomst automatisch een rendement na kosten. Controleer in het KID van je fonds of er daarnaast nog aparte kosten van je rekening gaan, want die neem je dan mee als extra negatieve post.
De belasting zit er nooit in. Box 3 betaal je via je aangifte, vaak vanaf een andere rekening, waardoor je overzicht altijd een rendement vóór belasting laat zien. Wil je het netto rendement berekenen na belasting, voeg dan het deel van je aanslag dat bij deze belegging hoort toe als extra storting op de datum dat je betaalde.
Het geld ging tenslotte uit je zak om deze belegging te mogen houden. Zo simpel is het, en toch doet bijna niemand het.
Hoeveel rendement houd je over na kosten, belasting en inflatie?
Vergelijk beleggen met een bekertje water waarmee je van de kraan naar de emmer loopt. Het bekertje zit vol kleine gaatjes, en hoe hard je ook rent, er lekt altijd wat weg. En jij maar rennen met je bekertje.
Bij een beleggingsrekening heten die gaatjes kosten, belasting en inflatie. Elk gaatje lijkt klein, maar over vijftien jaar telt het lek flink op.
- Kosten, de lopende fondskosten en eventuele transactiekosten. Bij Meesman zijn die laag, en dat verdient eerlijk gezegd een compliment.
- Belasting, de heffing in box 3 over een verondersteld rendement, ongeacht wat je werkelijk hebt verdiend.
- Inflatie, de stille sluipmoordenaar die de koopkracht van elke euro elk jaar een stukje uitholt.
Vooral de belasting tikt hard aan. Over 2025 rekende de Belastingdienst voor beleggingen met een forfaitair rendement van 5,88%, waarover je 36% belasting betaalt. Dat komt neer op ruwweg 2% van je vermogen boven de vrijstelling, elk jaar opnieuw, ook in een jaar waarin de beurs daalt.
Was je werkelijke rendement lager dan dat forfaitaire percentage, dan kun je via de tegenbewijsregeling aantonen wat je echt hebt verdiend. Hoe dat werkt, lees je in ons artikel over je werkelijke rendement in box 3 berekenen. In een zwak beursjaar kan dat voor bezitters van een indexfonds een mooie besparing opleveren.
Goed, dan de cijfers. Neem €100.000 die vijftien jaar lang 7% per jaar maakt, dan staat er op dat moment bijna €276.000 op je rekening. Halen kosten en belasting er samen ongeveer 1,5 procentpunt per jaar vanaf, dan groeit hetzelfde bedrag tegen 5,5% naar ruim €223.000.
Dat scheelt ruim €52.000.
| Scenario over 15 jaar | Rendement per jaar | Eindwaarde | Groeifactor |
|---|---|---|---|
| €100.000 bruto | 7% | €275.903 | 2,76 keer |
| €100.000 na kosten en belasting | 5,5% | €223.248 | 2,23 keer |
| Koopkracht van €100.000 bij 2,5% inflatie | n.v.t. | ongeveer €69.000 | 31,6% koopkrachtverlies |
Voor grotere vermogens kan het belastinglek in een gewoon jaar zelfs groter zijn dan in dit voorbeeld, omdat de vrijstelling dan relatief minder zwaar weegt. Dat is gewoon zo, hè. Reken het daarom voor je eigen situatie na in plaats van uit te gaan van een gemiddelde.
En dan de inflatie. Bij een gemiddelde inflatie van 2,5% per jaar heeft €100.000 na vijftien jaar nog maar de koopkracht van ongeveer €69.000. Je verliest dus bijna een derde van je koopkracht zonder dat er ook maar één euro van je rekening verdwijnt.
Je reële rendement na inflatie benader je door het inflatiecijfer van je netto rendement af te trekken. Van die 5,5% blijft dan zo'n 3% echte vermogensgroei over. Volgens het CBS lag de Nederlandse inflatie in 2022 op 10,0%, dus in sommige jaren is het gaatje een stuk groter dan gemiddeld.
Je rijk rekenen met een bruto percentage is als je omzet vieren en de kostenpost vergeten. Wat telt, is wat er na alle lekken in de emmer belandt.
Eerlijk is eerlijk, deze lekken heb je bij elke manier van beleggen, ook bij een eigen aandelenportefeuille of een huurwoning. Kosten en belasting verdwijnen niet zodra je zelf aan het stuur zit. Juist daarom verdient elk alternatief dezelfde nuchtere rekensom, en daar gaan de volgende delen over.
Is je rendement goed vergeleken met een eigen aandelenselectie?
Warren Buffett zei ooit dat je pas ziet wie er zonder zwembroek zwemt als het tij zich keert. Dat geldt ook voor rendementen. Een mooi gemiddelde over tien jaar zegt weinig over hoe je je voelde toen je rekening halverwege een derde lager stond.
Je uitkomst uit IR.SCHEMA wordt pas zinvol als je hem ergens tegen afzet. De verleiding is om alleen naar het eindgetal te kijken, terwijl de weg ernaartoe minstens zo veel zegt. Kijk dus ook naar hoe diep je rekening onderweg zakte, hoe lang het herstel duurde en hoeveel invloed je zelf had op wat er gebeurde.
Wat dat laatste betreft, een mondiaal indexfonds klinkt als maximale spreiding, maar in de praktijk weegt de Verenigde Staten zwaar mee. In de gangbare brede indices zit grofweg tweederde van het geld in Amerikaanse aandelen, met een handvol techbedrijven bovenaan. Controleer de actuele verdeling over landen en sectoren gewoon op de site van Meesman, dan weet je precies waar je rendement vandaan komt.
Dat is een feit en geen oordeel. Zolang die paar namen stijgen, verdien je een mooi rendement. Gaat het mis, zoals in oktober bij de Nasdaq 100, dan zit je er vol in zonder dat je er iets aan kunt doen.
Passief beleggen betekent namelijk ook passief dalen. De S&P 500 verloor tussen oktober 2007 en maart 2009 ongeveer 57% van zijn waarde, en pas in 2013 stond de index weer op het oude niveau. De Japanse Nikkei bereikte zijn top van eind 1989 pas in februari 2024 opnieuw, ruim 34 jaar later.
In mijn eigen beleggerspraktijk heb ik gezien dat de pijn zelden in het percentage zit, maar in het gedrag. Mensen die in 2008 alleen een index hadden en geen plan, verkochten vaak precies rond de bodem en betaalden op dat moment flink leergeld. Een strategie zonder regels voor slechte tijden is net als een bedrijf zonder noodplan.
Daartegenover staan actieve, wetenschappelijk onderzochte methodes. Jegadeesh en Titman lieten in 1993 al zien dat aandelen die de afgelopen drie tot twaalf maanden het sterkst stegen, in de maanden daarna gemiddeld beter bleven presteren dan de achterblijvers. Moskowitz, Ooi en Pedersen vonden in 2012 een vergelijkbaar trendeffect in tientallen futuresmarkten, en Mebane Faber liet in 2007 zien hoe een eenvoudige trendregel met het gemiddelde over tien maanden diepe dalingen in het verleden flink beperkte.
Eerlijk is eerlijk, ook actieve strategieën kennen mindere momenten. Daniel en Moskowitz beschreven in hun paper Momentum Crashes hoe momentumportefeuilles juist hard onderuit kunnen gaan wanneer de markt na een forse daling snel herstelt, zoals in 2009. Trendvolgen kost je in zijwaartse markten geregeld kleine verliezen op valse signalen, maar jij werkt met vaste regels en kijkt niet machteloos toe.
Goedkoop is niet hetzelfde als goed voor jouw doel. Een lage kostenpost zegt niets over hoe diep je meezakt als het tegenzit.
Wil je je resultaat eerlijk naast een eigen aandelenselectie leggen, gebruik dan steeds dezelfde maatstaven. Zo voorkom je dat je appels met peren vergelijkt.
- Hetzelfde geldgewogen rendement via IR.SCHEMA, over precies dezelfde periode
- De diepste daling onderweg, omdat een mooi eindcijfer weinig waard is als je halverwege bent uitgestapt
- Alle kosten, inclusief transactiekosten en een eerlijke inschatting van je eigen tijd
- De belasting, inclusief eventuele buitenlandse bronbelasting op dividend
Wie zelf aandelen wil selecteren, vindt in ons selectiemodel voor kwaliteitsaandelen in vier stappen een concrete start. Daar zie je hoe je bedrijven op winstgevendheid, balans en koersverloop beoordeelt, zodat je eigen selectie meer is dan een gok.
Hoe bereken je het rendement op vastgoed en vergelijk je dat met beleggen?
Vraag een particuliere verhuurder op een verjaardag naar zijn rendement en je hoort vaak een getal dat verdacht veel lijkt op de huur gedeeld door de aankoopprijs. Dat klinkt overzichtelijk. Het is alleen de omzet en nog lang niet de winst.
Dat getal heet het bruto aanvangsrendement, kortweg BAR. Neem een woning van €300.000 met een huur van €1.250 per maand, dan ontvang je €15.000 per jaar en kom je uit op een BAR van 5%. Dat klinkt als een mooi rendement, totdat de rekeningen binnenkomen.
- Onderhoud, van een lekkende kraan tot een nieuw dak of een nieuwe verwarmingsketel
- Vaste lasten zoals verzekeringen, OZB en de bijdrage aan de VvE
- Leegstand en wisselingen van huurder, waarin je wel betaalt maar niets ontvangt
- Beheer, of je eigen uren als je dat zelf doet
- Aankoopkosten zoals overdrachtsbelasting en notaris, die voor beleggers flink hoger uitvallen dan voor eigen bewoners
Tel je de jaarlijkse kosten in dit voorbeeld op tot €4.000, dan houd je €11.000 netto huur over. Gedeeld door €300.000 is dat een netto aanvangsrendement van ongeveer 3,7%, en dan heb je de aankoopkosten nog niet eens meegerekend. Leg je die erbij op de inleg, dan zakt het percentage verder.
Bovenop de huur komt eventuele waardestijging, en daar zit bij vastgoed vaak het grootste deel van het rendement. Die waardestijging is alleen pas echt van jou als je verkoopt, en ook dan gaan er makelaarskosten vanaf. Wat op papier staat, is nog geen geld op je rekening.
De truc is om vastgoed in exact hetzelfde rekenmodel te zetten als je rekening bij Meesman. Je aankoopprijs plus alle aankoopkosten noteer je als negatief bedrag, de netto huur per jaar als positief bedrag en de actuele taxatiewaarde min verkoopkosten als laatste positieve regel. Op dat moment kun je bij het berekenen van het rendement op vastgoed de twee uitkomsten eerlijk naast elkaar leggen.
Financier je met een hypotheek, dan stijgt het rendement op je eigen inleg, maar dat werkt in twee richtingen. Een waardedaling van 10% op een woning die je voor de helft met geleend geld kocht, kost je 20% van je eigen inbreng. Geleend geld vergroot de winst en het verlies precies even hard.
Ook buiten de cijfers verschilt vastgoed sterk van een beursbelegging. Een woning verkoop je niet in een middag, je hele inleg zit in één pand op één adres en de regels veranderen geregeld. Sinds 1 juli 2024 geldt de Wet betaalbare huur, die voor veel middenhuurwoningen een maximale huur oplegt, en in box 3 telt een verhuurde woning gewoon mee.
Realty Income als voorbeeld van vastgoedrendement via de beurs
Er bestaat een vastgoedbedrijf dat zijn bijnaam als merknaam heeft vastgelegd, The Monthly Dividend Company. Realty Income uit San Diego keert het dividend namelijk elke maand uit in plaats van per kwartaal. Dat doet het al sinds de notering aan de New York Stock Exchange in 1994.
Het bedrijf werd in 1969 opgericht en bezit inmiddels meer dan 15.000 commerciële panden in de Verenigde Staten en een aantal Europese landen. Denk aan supermarkten, drogisterijen, discountwinkels en distributiecentra, verhuurd aan partijen als Dollar General, Walgreens en Dollar Tree. Via de overnames van VEREIT in 2021 en Spirit Realty in 2024 groeide de portefeuille flink.
Realty Income werkt grotendeels met zogeheten triple net huurcontracten. Daarbij betaalt de huurder zelf het onderhoud, de verzekering en de lokale belastingen, waardoor de verhuurder een vrij voorspelbare kasstroom overhoudt. Dat zijn precies de lekken die een particuliere verhuurder uit het vorige deel zelf moet dichten.
Sinds de beursgang heeft het bedrijf het dividend meer dan honderd keer verhoogd, en het staat in de lijst van S&P 500 Dividend Aristocrats, bedrijven die hun dividend minstens 25 jaar op rij hebben verhoogd. Als Amerikaanse REIT moet Realty Income minimaal 90% van zijn belastbare winst uitkeren aan aandeelhouders. Die uitkeringsplicht verklaart voor een groot deel waarom het dividendrendement van dit soort bedrijven doorgaans hoger ligt dan dat van de gemiddelde beursonderneming.
Om het verschil met een indexfonds zonder uitkering tastbaar te maken, rekenen we met een dividendrendement van 5%. Bij een vermogen van €250.000 ontvang je dan €12.500 per jaar, ofwel ruim €1.040 per maand vóór belasting. Dat geld komt binnen zonder dat je ook maar één aandeel hoeft te verkopen.
Wie met een indexfonds zonder uitkering een vergelijkbaar inkomen wil, moet elke maand stukken verkopen, ook als de koers net laag staat. Met een eigen dividendportefeuille werkt het geld voor jou terwijl je de onderliggende bezittingen gewoon houdt. Dat verschil voel je pas echt wanneer de beurs een jaar lang tegenzit.
Nou, dan de keerzijde, want die is er ook. Toen de rente in 2022 en 2023 hard opliep, kreeg het aandeel flinke klappen, omdat een stabiele huurstroom dan minder aantrekkelijk wordt naast een obligatie met een vaste rente. Huurders kunnen omvallen of winkels sluiten, zoals Walgreens de afgelopen jaren op grote schaal deed.
Als Nederlandse belegger ontvang je het dividend bovendien in dollars, met doorgaans 15% Amerikaanse bronbelasting en een wisselkoersrisico erbij. Hoe je die buitenlandse bronbelasting onder voorwaarden verrekent, lees je in ons artikel over dividendbelasting en fiscaal slimmer beleggen. Neem die belasting in elk geval mee in je rekenmodel.
Een dividendrendement is net als een bruto aanvangsrendement een momentopname. Het echte rendement zie je pas als koers, dividend, belasting en valuta samen in één rekensom staan.
De les van Realty Income gaat dus niet over dit ene aandeel, en dit is uitdrukkelijk geen kooptip. Zet koersverloop, ontvangen dividend, ingehouden bronbelasting en het effect van de dollar samen in je spreadsheet met IR.SCHEMA. Op dat moment zie je in één oogopslag of een eigen dividendportefeuille of beursgenoteerd vastgoed jou meer oplevert dan je indexfonds, en tegen welk risico.
Wat kun je nu doen?
Kijk, niemand weet wat de beurs volgende maand doet. Maar wat we wel weten, is dat je zonder eerlijke rekensom geen eerlijke keuze kunt maken. Deze vijf stappen zijn het onderzoeken waard.
- Reken je persoonlijke rendement na. Zet je volledige historie van stortingen en opnames uit je overzicht bij Meesman in een spreadsheet en bereken je geldgewogen rendement met IR.SCHEMA of XIRR.
- Breng de belasting in kaart. Voeg de betaalde box 3 belasting die bij deze belegging hoort toe als extra storting en onderzoek of de tegenbewijsregeling voor jou iets oplevert.
- Trek de inflatie eraf. Vergelijk je netto rendement met de inflatie volgens het CBS over dezelfde periode, zodat je ziet of je koopkracht echt groeit.
- Zoek je diepste daling op. Ga na hoe ver je rekening in de laatste grote correctie zakte en of je dat bij een volgende daling van 40% of meer opnieuw zou willen meemaken zonder enige bescherming.
- Vergelijk met een alternatief. Zet een eigen dividendportefeuille, een trendvolgende aandelenstrategie of een vastgoedbelegging in precies hetzelfde rekenmodel en leg de uitkomsten naast elkaar.
Dat is de kern. Niet wat het fonds rapporteert, maar wat jij na alle lekken overhoudt en hoeveel controle je hebt wanneer het tegenzit.
Wil je verder dan een fonds dat alles volgt en niets beschermt, dan vind je bij Beleggen.com de actieve, onderbouwde strategieën waarmee ik zelf al jaren werk, van trendvolgen en momentum tot het opbouwen van een eigen dividendportefeuille. In mijn boeken "10 Stappen Succesvol Beleggen" en "Beter dan de Bank" leg ik stap voor stap uit hoe je dat opzet. Neem gerust een kijkje, en reken daarna alles gewoon zelf na.
Bronnen
- Jegadeesh, N. & Titman, S. (1993). Returns to Buying Winners and Selling Losers, Implications for Stock Market Efficiency. The Journal of Finance, 48(1), 65 tot 91.
- Moskowitz, T. J., Ooi, Y. H. & Pedersen, L. H. (2012). Time Series Momentum. Journal of Financial Economics, 104(2), 228 tot 250.
- Faber, M. T. (2007). A Quantitative Approach to Tactical Asset Allocation. The Journal of Wealth Management, 9(4), 69 tot 79.
- Daniel, K. & Moskowitz, T. J. (2016). Momentum Crashes. Journal of Financial Economics, 122(2), 221 tot 247. Eerdere versie verschenen in de Columbia Business School Research Paper Series, SSRN 1914673.
- Bacon, C. R. Practical Portfolio Performance Measurement and Attribution. John Wiley & Sons.
- CFA Institute. Global Investment Performance Standards (GIPS).
- Belastingdienst. Informatie over box 3, forfaitaire rendementen en de tegenbewijsregeling.
- Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Consumentenprijsindex en jaarinflatie Nederland.
- Realty Income Corporation. Jaarverslagen en investor relations informatie.
Beter dan de Bank — Gratis boek (alleen €6,95 verzendkosten). Bekijk hier.
Disclaimer: Dit artikel is geschreven voor educatieve doeleinden en vormt geen beleggingsadvies of aanbeveling tot het doen van transacties. De informatie in dit artikel is met zorg samengesteld, maar Beleggen.com aanvaardt geen aansprakelijkheid voor onvolledigheid of onjuistheid. Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kunt (een deel van) je inleg verliezen. Doe altijd je eigen onderzoek en raadpleeg een financieel adviseur voordat je beleggingsbeslissingen neemt.

