Wereldkaart met India en Brazilië gemarkeerd, met daarnaast P/E-ratio's van S&P 500 (25x), Nifty 50 en Bovespa

Opkomende markten 2026: India en Brazilië goedkoper dan VS-tech

June 19, 2026

Terwijl jij je tiende kwartaalrapport van een Amerikaans techbedrijf leest dat op 25 keer de verwachte winst noteert, speelt zich 7.000 kilometer verderop een stille revolutie af. Indiase bedrijven groeien hun winst met 8 tot 10 procent per jaar, noteren op 18 keer de winst, en de meeste Nederlandse beleggers hebben er nul euro in zitten. De Iran-vredesdeal van 18 juni 2026 heeft de Hormuz-route heropend, olieprijzen genormaliseerd en een "risk-on" golf door opkomende markten gestuurd. Juist nu de Amerikaanse tech begint te piepen onder zijn eigen gewicht.

Dit artikel laat je zien wat de valuatiegap precies betekent in euro's, waarom ICICI Bank een lesboekvoorbeeld is van kwaliteitsgroei in groeimarkten, en hoe je als Nederlandse belegger met een gestructureerd DCA-plan je eerste positie opbouwt in markten waar groei nog betaalbaar is.

Wereldkaart met India en Brazilië gemarkeerd, met daarnaast P/E-ratio's van S&P 500 (25x), Nifty 50 en Bovespa

De valuatiegap die de meeste beleggers missen

Als je vandaag €1 investeert in een gemiddeld S&P 500-bedrijf, betaal je voor elke euro verwachte winst 25 cent premie. Dat is de prijs die Wall Street vraagt voor het comfort van bekendheid. De Nifty 50 in India noteert op een forward P/E van 18 tot 20 keer de winst. De Bovespa in Brazilië staat op 9 tot 11 keer. Dat zijn geen academische abstracties, dat is gewoon het verschil tussen duur en goedkoop in dezelfde taal.

Voeg de winstgroei toe en het plaatje wordt nóg interessanter. India groeit zijn bedrijfswinsten gemiddeld 8 tot 10 procent per jaar. Brazilië zit structureel op 12 tot 15 procent. De Magnificent 7 in de VS groeit gemiddeld 18 procent, maar dat doe je dus tegen die premie-prijs van 25 keer de winst. En daar zit de kern van de zaak.

De PEG-ratio maakt dat verschil zichtbaar. Neem een Braziliaans bedrijf op 10 keer de winst met 13 procent winstgroei: dat geeft een PEG van 0,77. Een PEG onder de 1,0 geldt bij value-beleggers al decennialang als signaal dat je groei goedkoop inkoopt. Een Amerikaans techbedrijf op 25 keer de winst met 18 procent groei heeft een PEG van 1,39. Je betaalt dus structureel meer voor elke groeiprocent in de VS dan voor dezelfde groeiprocent in opkomende markten.

De korting op groeimarkten is geen vergissing van de markt. Die korting bestaat omdat beleggers risico prijzen, en dat risico is reëel, maar in 2026 structureel gekrompen. India heeft een stabiele centrale bank (RBI), een tech-ecosysteem van wereldklasse via het UPI-betalingssysteem en spelers als Infosys en TCS, en een demografie die VS en Europa doen verbleken: de gemiddelde leeftijd in India is 28 jaar, tegenover 38 jaar in de VS en 44 jaar in Duitsland. Brazilië heeft in 2025 voor het eerst in acht jaar een primair begrotingssurplus bereikt. Historisch zeldzaam en een signaal van verbeterde fiscale discipline.

"Als de valuatiegap tussen de S&P 500 (25x) en de Bovespa (10x) zelfs maar 30% dichtloopt naar 13x winst, is dat een koerswinst van 30% puur door re-rating. Nog vóór enige winstgroei."

En dan de Iran-deal als actuele katalysator. De vredesdeal van 18 juni 2026 is niet zomaar geopolitiek nieuws. Voor Indiase bedrijven is het een directe winstverandering. India importeert circa 85 procent van zijn olie. Een olieprijsdaling van $15 tot $20 per vat bespaart Indiase luchtvaartmaatschappijen, chemische bedrijven en de farmaceutische industrie miljarden aan inputkosten. Brazilië is zelf olieproducent via Petrobras, maar lage energiekosten stimuleren er de binnenlandse industrie en consumentenvraag. De risk-on golf die door groeimarkten raast, is geen toevallige ruis. Hij heeft een fundamentele motor.

Markt Forward P/E Verwachte winstgroei PEG-ratio
S&P 500 (VS) ~25x ~18% (Magnificent 7 gem.) ~1,39
Nifty 50 (India) ~18. 20x ~8. 10% ~1,90. 2,22
Bovespa (Brazilië) ~9. 11x ~12. 15% ~0,67. 0,85

Wat de Fed-signalen en eurodaling betekenen voor jouw EM-positie

Zodra de Fed hogere rentes signaleert, rennen beleggers instinctief weg uit opkomende markten. De dollar sterkt, EM-schulden worden duurder in lokale valuta, en de kapitaalstromen keren terug naar de VS. Dat was het dominante patroon van 2013 tot 2018, het tijdperk van de zogenoemde "taper tantrum." En dat patroon zit als een oerinstinct in de hoofden van veel westerse beleggers.

Maar 2026 is niet 2013. India en Brazilië hebben hun externe schuld-tot-BBP dramatisch verlaagd ten opzichte van een decennium geleden. India's deviezenreserves staan op recordhoogte. Rond de $650 miljard in 2026. Wat de Indiase Rupee een stuk beter verankert dan vroeger. Brazilië heeft een zwevende wisselkoers én een hoge binnenlandse rente (de Selic-rente staat structureel boven de 10 procent), waardoor de druk vanuit een strakke Fed een stuk minder beet heeft dan in landen met een vaste koppeling of te lage binnenlandse rente.

De ECB verhoogde rentes op 19 juni 2026, maar de euro daalde. Dit creëert een onverwacht voordeel voor Nederlandse beleggers die in USD-genoteerde EM-aandelen stappen. Wanneer je in dollars genoteerde opkomende markten koopt en de euro zwakt ten opzichte van de dollar, gebeuren er twee dingen tegelijk: je koopt goedkoper in euro's én de dollarwaarde van Indiase en Braziliaanse winsten stijgt. Eerlijk gezegd werkt dat ook andersom bij een herstelde euro, dus dit is geen vrijbrief. Maar voor de belegger die nu instapt, zit er een potentieel valutaherstelmoment ingebakken.

Valuta-diversificatie is geen bijkomstigheid van beleggen in groeimarkten. Het ís een van de kernredenen om het te overwegen. Nederlandse beleggers die 100 procent in EUR/USD-genoteerde posities zitten, hebben een onzichtbaar concentratierisico dat ze zelden als risico labelen, puur omdat het vertrouwd aanvoelt. De Indiase Rupee, de Braziliaanse Real en de Mexicaanse Peso bewegen niet synchroon met de euro. En die niet-correlatie heeft waarde.

"Een portefeuille van €200.000 waarbij 10% in Indiase aandelen zit, heeft maximaal 10% valuta-exposure. Bij een 10% Rupee-depreciatie is het verlies €2.000 op een totale portefeuille van €200.000. Dat is 1% van het totaal."

Je kunt je afvragen of je überhaupt valutarisico wil. Maar het alternatief. Volledig eurogericht blijven. Is ook een valuta-keuze, alleen een die de meeste beleggers nooit bewust hebben gemaakt.

ICICI Bank — het lesboekvoorbeeld van Indiase kwaliteitsgroei

Logo van ICICI Bank met daaronder een grafiek van de NPL-ratio daling van 8,8% naar 2,3%

ICICI Bank is niet zomaar een bank. Het is de financiële ruggengraat van de snelst groeiende grote economie ter wereld, genoteerd op zowel de Bombay Stock Exchange (BSE: ICICIBANK) als de New York Stock Exchange (NYSE: IBN). Dat tweede punt is voor Nederlandse beleggers concreet relevant: via de NYSE-notering als American Depositary Receipt (ADR) is ICICI Bank gewoon toegankelijk via elke standaard broker, zonder dat je een rekening bij een Indiase broker hoeft te openen.

De marktkapitalisatie bedraagt circa $95 tot $100 miljard (juni 2026), waarmee ICICI de grootste private bank van India is. Het businessmodel omvat retail banking, corporate banking, verzekeringen en vermogensbeheer. Feitelijk een financieel conglomeraat dat profiteert van elke fase van de groeiende Indiase middenklasse. En dan is er het getal dat opvalt: de niet-presterende leningen (NPL-ratio) zijn teruggebracht van 8,8 procent in 2018 naar circa 2,3 procent in 2026. Dat is een fundamentele balansverbetering die jaren van discipline vertegenwoordigt.

Terwijl Europese banken vechten voor elke procentpunt nettorentemarge, rapporteerde ICICI Bank over boekjaar 2025 een nettowinststijging van circa 25 procent jaar-op-jaar, met een return on equity van ruim 17 procent. Een RoE van 17 procent is vergelijkbaar met de beste Amerikaanse banken. Denk aan JPMorgan in zijn sterkste jaren. Maar ICICI noteert op een lagere price-to-book. De kredietpenetratie in India staat nog op slechts circa 56 procent van het BBP, vergeleken met meer dan 200 procent in de VS. Dat is geen probleem, dat is groeipotentieel.

ICICI Bank is bovendien ook een fintech-speler. De iMobile Pay app heeft meer dan 35 miljoen gebruikers, wat het bedrijf positioneert als digitale financiële dienstverlener in een markt waar de smartphone sneller gemeengoed werd dan het vaste bankfiliaal. Vergelijk het met de sprong die Afrika maakte van geen telefooninfrastructuur direct naar mobiel bankieren. India maakt nu een vergelijkbare sprong op grotere schaal.

Dan het dividend. ICICI Bank betaalt een huidig dividendrendement van circa 1,8 procent. Niet spectaculair op het eerste gezicht. Maar de dividendgroei van de afgelopen tien jaar lag op 10 tot 15 procent per jaar. Reken dat door en zie wat samengestelde groei werkelijk betekent:

  • Jaar 1: €900 dividend per jaar op €50.000 belegd vermogen (€75 per maand)
  • Na 10 jaar dividendgroei van 12% per jaar: het jaarlijkse dividend groeit naar €2.793 per jaar (€233 per maand)
  • Yield-on-cost na 10 jaar: 5,6% op dezelfde initiële investering van €50.000

Dat is de kracht die veel beleggers onderschatten. Je koopt vandaag 1,8 procent dividend, maar door dividendgroei heb je over 10 jaar een effectief rendement van 5,6 procent op je instapprijs. Op datzelfde bedrag. En dan hebben we de koerswinst nog niet meegeteld. Dit soort compounding werkt stil, bijna onzichtbaar, tot je na een jaar of tien terugkijkt en de getallen ziet.

Wat €20.000 in Brazilië doet over 15 jaar — rekenen met groeimarkten

Brazilië heeft een reputatieprobleem. Elke Nederlandse belegger herinnert zich de corruptieschandalen, de hyperinflatie van de jaren '90, en de politieke turbulentie. Maar de Braziliaanse beurs van 2026 is een fundamenteel ander beest dan het beeld dat die herinneringen oproepen. De Bovespa bevat wereldklasse-bedrijven in grondstoffen (Vale, Petrobras), financials (Itaú Unibanco), e-commerce met emerging market-exposure, en een agribusiness-sector die zijn weerga niet kent.

Brazilië is namelijk de grootste exporteur ter wereld van soja, koffie, suiker én rundvlees. Tegelijk. In een wereld die obsessief bezig is met voedselveiligheid en hernieuwbare energie, zit Brazilië op precies de grondstoffen die overal gevraagd worden. Een forward P/E van 9 tot 11 keer de winst met 12 tot 15 procent winstgroei resulteert in een PEG onder de 1,0. Historisch een van de betrouwbaarste signalen voor long-term outperformance in aandelenselectie.

Laten we het concreet maken. Stel je zet €20.000 opzij voor Braziliaanse kwaliteitsaandelen en haalt een rendement van 12 procent per jaar. Wat historisch haalbaar is geweest voor selectieve aandelenpickers in groeimarkten op lage waarderingsmomenten. Na 15 jaar groeit die €20.000 naar €109.471. De totale groei bedraagt €89.471. Meer dan 4,5 keer je inleg, een groeifactor van 5,47x.

Ter vergelijking: datzelfde bedrag op een spaarrekening bij 2,5 procent rente levert na 15 jaar circa €28.600 op. Het verschil is bijna €80.000 extra vermogen op dezelfde startinleg. Dat is geen marginaal verschil, dat is het verschil tussen een leuke vakantie en een complete verbouwing van je huis.

"De MSCI Brazil index leverde over meerdere 15-jaarsperioden rendementen in deze range voor wie instapte op lage valuaties met hoge groeivooruitzichten."

Maar eerlijkheid gebiedt dat we ook Brazilië's risico's noemen. De Braziliaanse Real kan 20 tot 30 procent bewegen in een enkel jaar, zowel omhoog als omlaag. En dat is reëel valutarisico dat je voelt als Nederlandse belegger. Tegelijk zit er in lage valuaties een ingebouwde buffer: als de Braziliaanse markt 20 procent daalt van 10 keer naar 8 keer de winst, is de pijn kleiner dan een vergelijkbare daling van 25 keer naar 20 keer P/E bij Amerikaanse tech. Op lage waarderingen heb je meer schokdempend vermogen. Dat is de positieve asymmetrie van goedkoop kopen.

  • Vale — ijzererts en grondstoffen, wereldwijde exportinkomsten in dollars
  • Petrobras — olie en gas, profiteert van stabiele energieprijzen na Iran-deal
  • Itaú Unibanco — grootste private bank van Latijns-Amerika, profiteert van groeiende middenklasse

Dit zijn de drie dominante sectoren op de Bovespa en tegelijk drie bedrijven die de diversiteit van de Braziliaanse economie illustreren. Geen beleggingsadvies, wel een illustratie van het type kwaliteit dat beschikbaar is op een beurs die de markt nog niet vol heeft ingeprijsd.

Het grote gevaar van S&P 500-overconcentratie — en wat €200.000 je kost

De meeste Nederlandse beleggers houden van ASML, Microsoft en Apple. Begrijpelijk, want de rendementen waren de afgelopen tien jaar fantastisch. Maar dat verleden is inmiddels dubbel ingeprijsd in koersen die op 25 keer de verwachte winst staan. ASML daalde op 18 juni 2026 maar liefst 2,7 procent op een dag dat de brede markt steeg. Een mooi voorbeeld van hoe sectorspecifieke risico's toeslaan.

Wanneer VS-tech corrigeert van 25 keer naar 18 keer de winst, en dat is nog altijd niet "goedkoop", is dat een koersdaling van 28 procent puur door waarderingscompressie, nog vóór enige winststagnatie. Concentratie in één markt en één sector is de onzichtbare risicofactor in de meeste Nederlandse portefeuilles. Onzichtbaar omdat het vertrouwd aanvoelt, niet omdat het er niet is.

Stel: je hebt €200.000 en de keuze tussen uitsluitend op een spaarrekening laten staan of een actief gespreide strategie met blootstelling tot groeimarkten die historisch circa 11 procent per jaar haalt. Wat is het verschil na 20 jaar? De getallen zijn hard:

  • Spaarrekening bij 2,5% na 20 jaar: €327.723
  • Actief beleggen bij 11% na 20 jaar: €1.612.462
  • Verschil: €1.284.739 — bijna 5x meer vermogen op hetzelfde startbedrag
"De spaarder eindigt met €327.000. De actieve belegger met €1,6 miljoen. Op hetzelfde startbedrag van €200.000."

Dat is veel geld. Dit is niet een vergelijking tussen sparen en "de beurs in het algemeen" — het gaat om het verschil dat ontstaat als je actief zoekt naar markten met de beste risico/rendements-verhouding, waaronder opkomende markten op lage valuaties. De passieve S&P 500-belegger zit er ook bij als het 40 procent daalt, zonder enig actief risicomanagement. De actieve belegger die bewust spreidt over markten met een verschillende correlatie heeft meer gereedschap om klappen op te vangen.

Portfolio-architectuur als discipline betekent overigens niet dat je 100 procent naar India en Brazilië moet verschuiven. Het gaat om het bewust toevoegen van ondergewaardeerde groeimarkten aan een portefeuille die anders eenzijdig Atlantisch georiënteerd is. Historische data tonen aan dat de correlatie tussen de S&P 500 en de MSCI India over 10 jaar rond de 0,55 ligt. Lagere correlatie betekent betere spreiding, wat de Sharpe-ratio van je portefeuille verbetert zonder het totale risico proportioneel te verhogen.

Neem 15 procent van €200.000: dat is €30.000 in groeimarkten. Bij 12 procent groei over 10 jaar wordt dat circa €93.000 door compounding. Dat is €93.000 die anders hadden gestaan op een premiekoers van 25 keer de verwachte winst in de VS, zonder de bescherming van lage waardering. Goed nadenken over die allocatie is misschien wel de waardevolste beleggingsbeslissing die je dit jaar kunt nemen.

Het 3-staps DCA-plan voor opkomende markten — van theorie naar eerste order

Grafiek die DCA toont over 20 jaar — maandelijkse inleg van €500 met een eindwaarde van €378.015

Groeimarkten zijn volatiel. Juist daarom is Dollar Cost Averaging (DCA), ofwel gespreid maandelijks instappen, bijzonder effectief als strategie. Bij hoge volatiliteit koop je automatisch meer aandelen als koersen laag zijn en minder als koersen hoog zijn. Daarmee daalt je gemiddelde inkoopprijs over tijd zonder dat je elke dag naar de koersen hoeft te kijken. Het psychologische voordeel is minstens even groot: je hoeft niet te timen wanneer Brazilië of India het dieptepunt heeft bereikt, want je bouwt gewoon methodisch op.

Concreet: wie 20 jaar lang €500 per maand inlegt in een groeimarkten-gerichte portefeuille van kwaliteitsaandelen met een gemiddeld rendement van 10 procent per jaar, bouwt een vermogen op dat de meeste mensen verrast. De eindwaarde na 20 jaar bedraagt €378.015. De totale eigen inleg is €120.000. 20 jaar maal 12 maanden maal €500. Het totale rendement door compounding bedraagt €258.015, ofwel 215 procent op de eigen inleg. Meer dan 3 keer je inleg zit in groei, niet in eigen geld dat je hebt ingebracht.

€500 per maand. Dat is de prijs van een weekendje weg, wat abonnementen plus uiteten. Over 20 jaar maakt samengestelde groei op goed gekozen aandelen van €120.000 eigen geld een eindwaarde van €378.015. Het extra bedrag van €258.015 heeft jou niets extra gekost. Dat is puur het werk van systematisch instappen in markten met goede groeifundamenten.

Het plan zelf is eenvoudiger dan de meeste mensen denken. De barrière is niet technisch maar psychologisch. De angst om te beginnen is groter dan de complexiteit van de uitvoering. Dit zijn de drie stappen:

Stap 1: Fundamentele screening. Welke groeimarkten hebben nu de laagste waarderingen met de hoogste groeivooruitzichten? Gebruik drie pijlers als filter: forward P/E (hoe goedkoop is de markt), PEG-ratio (hoeveel betaal je per groeiprocent), en ROE (hoe efficiënt zet het bedrijf eigen vermogen om in winst). India via de Nifty 50, Brazilië via de Bovespa en eventueel Mexico via de IPC-index staan nu bovenaan deze lijst als je die drie pijlers doorloopt.

Stap 2: Aandelenselectie per sector. Kies per markt 2 tot 3 kwaliteitsaandelen die voldoen aan drie criteria: marktleider in hun sector, een ROE boven de 15 procent, en een beheersbare schuldratio. ICICI Bank in India (financials), Vale in Brazilië (grondstoffen) en Infosys in India (tech) zijn voorbeelden van het type bedrijf. Niet als aanbeveling, maar als illustratie van het kaliber dat beschikbaar is in deze markten.

Stap 3: Maandelijks DCA met jaarlijkse herweging. Stel een vaste dag per maand in. De eerste maandag van de maand werkt goed. En koop voor het vaste bedrag. Herweeg eens per jaar terug naar je oorspronkelijke verdeling. Dit voorkomt dat één sterke performer je concentratierisico sluipend terugbrengt naar het niveau dat je juist wilde vermijden. Discipline over een lange periode slaat timing elke keer.

Risico's die je serieus moet nemen — en hoe actieve beleggers ze beheersen

Eerlijkheid verplicht: groeimarkten zijn geen gratis lunch, en wie dat denkt, krijgt vroeg of laat een lesje betaald. Er zijn vier risico's die elke serieuze belegger in opkomende markten scherp op het netvlies moet hebben:

  1. Valutarisico. De Braziliaanse Real kan 25 tot 30 procent bewegen in een enkel jaar, zowel omhoog als omlaag. Beheer dit door gespreid in te stappen via DCA en nooit 100 procent in één munt te concentreren.
  2. Politiek risico. Brazilië kent verkiezingen en India een machtige coalitiestructuur die beleid kan vertragen of ombuigen. Beheer dit door bedrijven te selecteren met substantiële exportinkomsten in dollars. Die zijn minder afhankelijk van binnenlandse politieke beslissingen.
  3. Liquiditeitsrisico. Dunner verhandelde aandelen uit groeimarkten kunnen grote bid-ask spreads hebben, wat je effectieve rendement aantast. Beheer dit door te focussen op blue-chip EM-namen met hoge liquiditeit via NYSE of LSE-notering als ADR.
  4. Corporate governance. Relatief zwakker dan in de VS of Europa in sommige segmenten van groeimarkten. Beheer dit door bedrijven te kiezen met een internationale notering, waardoor ze aan GAAP- of IFRS-standaarden moeten voldoen.

Hier zit precies het probleem met brede, passieve blootstelling tot opkomende markten: een index gooit het goede bij het slechte. De wereldklasse ICICI Bank belandt in dezelfde mand als een staatsbedrijf met twijfelachtige governance en politieke invloed op de bedrijfsvoering. Een passieve EM-ETF koopt dat staatsbedrijf gewoon mee, want het zit in de index. Een actieve belegger filtert dat eruit.

De actieve belegger kiest zijn Braziliaanse positie in exporterende grondstoffenbedrijven met dollarinkomsten. Wat feitelijk een ingebouwde valutahedge is. Vale verkoopt zijn ijzererts in dollars, ongeacht wat de Real doet. Dat is geen toeval, dat is aandelenselectie als risicobeheer. Risico is in groeimarkten beheersbaar, niet elimineerbaar. Maar actieve kennis is de krachtigste hedgingstrategie die je als particuliere belegger ter beschikking hebt.

Wat je nu verder kunt onderzoeken

De valuatiegap is reëel. India op 18 tot 20 keer de winst, Brazilië op 9 tot 11 keer, tegenover 25 keer voor de S&P 500. De rekensom maakt duidelijk dat je voor elke euro groeipotentieel in groeimarkten minder betaalt dan voor dezelfde euro in Amerikaanse tech. Dat is geen mening, dat zijn de feiten die de forward P/E-tabellen laten zien.

De berekeningen spreken voor zich. €20.000 in Braziliaanse kwaliteitsaandelen bij 12 procent groeit naar €109.471 over 15 jaar. €500 per maand via DCA over 20 jaar bij 10 procent wordt €378.015. En €200.000 actief belegd bij 11 procent levert over 20 jaar €1.284.739 meer op dan datzelfde bedrag op een spaarrekening. Dat verschil wordt gemaakt door de markten te kiezen waar groei het goedkoopst ingekocht kan worden.

De Iran-deal van juni 2026 heeft de timing gunstig gemaakt voor verdere oriëntatie. Niet als signaal om nu blind in te stappen, maar als herinnering dat geopolitieke verschuivingen de valuatiedynamiek in groeimarkten snel kunnen veranderen. Wie dan al zijn homework heeft gedaan, staat klaar.

Wat kun je nu doen?

  • Bekijk de huidige forward P/E van de Nifty 50 en Bovespa via een financiële dataprovider en vergelijk die met je eigen portefeuille. De kloof is waarschijnlijk groter dan je dacht.
  • Onderzoek ICICI Bank (NYSE: IBN) als concreet voorbeeld van Indiase kwaliteitsgroei: kijk naar de NPL-ratio-verbetering, de ROE-ontwikkeling en de dividendgroei van de afgelopen vijf jaar.
  • Bereken welk percentage van jouw huidige portefeuille in VS-genoteerde aandelen zit. Overweeg of een allocatie van 10 tot 20 procent naar groeimarkten de spreiding verbetert zonder het risicoprofiel onevenredig te verhogen.
  • Stel een DCA-schema op: kies een vast maandbedrag, een vaste dag, en twee tot drie kwaliteitsaandelen uit opkomende markten die aan de drie screeningscriteria voldoen (forward P/E, PEG, ROE boven 15 procent).
  • Verdiep je in actieve aandelenselectie binnen groeimarkten. Want een brede EM-index koopt ook de staatsbedrijven mee die je liever links laat liggen.

Opkomende markten zijn niet voor iedereen en niet zonder risico. Maar voor de belegger die bereid is verder te kijken dan de bekende namen op Wall Street en Damrak, liggen er kansen die de komende jaren wel eens de stille motor van een mooi rendement kunnen blijken te zijn.

Bronnen

  1. Fama, E.F. & French, K.R. (1992). "The Cross-Section of Expected Stock Returns." The Journal of Finance, 47(2), 427. 465.
  2. Reserve Bank of India (2026). Foreign Exchange Reserves. Weekly Statistical Supplement. RBI, Mumbai. Beschikbaar via rbi.org.in.
  3. ICICI Bank Limited (2025). Annual Report 2024. 2025. ICICI Bank, Mumbai. Inclusief NPL-ratio, nettowinststijging en ROE-rapportage.
  4. MSCI (2026). MSCI India Index Factsheet. June 2026. MSCI Inc. Beschikbaar via msci.com.
  5. MSCI (2026). MSCI Brazil Index Factsheet. June 2026. MSCI Inc. Beschikbaar via msci.com.
  6. Siegel, J.J. (2014). Stocks for the Long Run (5th ed.). McGraw-Hill Education. — Historische rendementen en de PEG-ratio als waarderingsinstrument.
  7. Wall Street Journal (2026, 18 juni). "Stock Market Today: Nasdaq Jumps, Oil Is Now Close to Pre-Iran War Prices." The Wall Street Journal.
  8. Yahoo Finance (2026, 18 juni). "Stocks market today: Dow, S&P 500, Nasdaq rally amid Iran deal optimism as AI chip trade reignites." Yahoo Finance.
  9. Ministério da Fazenda, Brasil (2025). Resultado Fiscal do Governo Central. Relatório Anual 2025. Brasília. — Brazilië primair begrotingssurplus 2025.
  10. Sharpe, W.F. (1966). "Mutual Fund Performance." The Journal of Business, 39(1), 119. 138. — Sharpe-ratio als maatstaf voor risicogecorrigeerd rendement.

Baby's Eerste Miljoen — Gratis boek (alleen €6,95 verzendkosten). Bekijk hier.

Disclaimer: Dit artikel is geschreven voor educatieve doeleinden en vormt geen beleggingsadvies of aanbeveling tot het doen van transacties. De informatie in dit artikel is met zorg samengesteld, maar Beleggen.com aanvaardt geen aansprakelijkheid voor onvolledigheid of onjuistheid. Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kunt (een deel van) je inleg verliezen. Doe altijd je eigen onderzoek en raadpleeg een financieel adviseur voordat je beleggingsbeslissingen neemt.

Harmen van Wijk

Harmen van Wijk

Harmen van Wijk is oprichter van Beleggen.com en auteur van de boeken "In 10 Stappen Succesvol Beleggen", "Baby's Eerste Miljoen" en "Beter dan de Bank". Met meer dan 20 jaar ervaring in de beleggingswereld helpt hij Nederlandse en Belgische particuliere beleggers met praktische strategieën voor vermogensopbouw en financiële vrijheid.

LinkedIn logo icon
Youtube logo icon
Back to Blog
🔇 Klik voor geluid

De meest succesvolle beleggers delen één geheim.

Het staat niet in de krant. Het heeft niets met de beurs te maken. En vrijwel geen enkele particuliere belegger doet het.

In deze gratis training laat ik je precies zien wat het is, én hoe je het vandaag nog toepast.

👉 Meld je gratis aan:
Harmen van Wijk

Harmen van Wijk

Oprichter Beleggen.com · 38 jaar ervaring
124.000+ beleggers geholpen

→ Volledige bio
15–20% rendement per jaar
124K+ beleggers geholpen
38 jaar ervaring

Na mijn studie bedrijfseconomie werkte ik o.a. mee aan het opzetten van de beleggingssites van SNS Bank, de ABN Amro Turbo's en was ik sitemanager van De Financiële Telegraaf. Inmiddels help ik particuliere beleggers met bewezen strategieën.

Voormalig
SNS Bank · BinckBank · SNS FundCoach · ABN Amro Turbo's · De Financiële Telegraaf
Te zien & te horen bij
BNR Nieuwsradio Radio 1 Radio 2 EenVandaag Business Class Netwerk Rondom 10 FinanceTelevision
Auteur van o.a.

Of ontvang direct de 10 stappen:

Ontvang nu gratis

BeursBulletin Alerts B.V. | Beleggen.com | Beter Dan De Bank © 2026
​Algemene Voorwaarden | Privacy | Disclaimer | Inkomsten Disclaimer

TEL: 31352031867

KvK nr: 34244390
​​​ Huizermaatweg 31, 1273 NA Huizen, Nederland

Belangrijk om te wetenBeleggen.com biedt uitsluitend educatie en coaching aan particuliere beleggers. Wij verstrekken geen beleggingsadvies, vermogensbeheer of andere diensten waarvoor op grond van de Wet op het financieel toezicht (Wft) een vergunning of registratie vereist is. Beleggen.com beschikt daarom niet over een vergunning van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en valt niet onder AFM-toezicht. De informatie op deze website is algemeen van aard, niet toegesneden op uw persoonlijke situatie en kan niet worden beschouwd als een persoonlijke aanbeveling tot het kopen, verkopen of aanhouden van financiële instrumenten. Beleggen brengt risico's met zich mee; u kunt (een deel van) uw inleg verliezen. U bent zelf verantwoordelijk voor uw beleggingsbeslissingen.