Grafische weergave van een portefeuille met dalende koopkracht — een thermometer met stijgende inflatie

Inflatie Nederland 2025: Impact op portefeuille in 2026

June 27, 2026
Grafische weergave van een portefeuille met dalende koopkracht — een thermometer met stijgende inflatie

De meeste beleggers ademen opgelucht: de hoge prijsstijgingen van vorig jaar zijn voorbij, toch? Spijtig genoeg werkt inflatie niet als een griepje dat je gewoon uitzweet. De echte schade zit stil verankerd in je obligatiekoersen, je reëel rendement en de koopkracht van je spaarbuffer die elke maand iets minder waard wordt.

Ondertussen stuurt Chicago Fed-president Goolsbee in juni 2026 een ongemakkelijk signaal de markt in: "Inflatie is nog steeds te hoog" — met een Amerikaanse core PCE van 3,4% als bewijs. Dit artikel laat zien waarom inflatie Nederland 2025 voor Nederlandse beleggers vandaag nog voluit actueel is, en welke strategische verschuivingen het overwegen waard zijn.

Wat er in het afgelopen jaar echt is gebeurd met prijsstijgingen

Wie terugkijkt op vorig jaar ziet een periode waarin Nederlandse huishoudens en beleggers hard werden geconfronteerd met de kloof tussen nominaal en reëel rendement. Een kloof die in 2026 nog lang niet gedicht is. De prijsstijgingen in Nederland waren geen korte piek, maar een structureel proces dat zijn sporen heeft nagelaten in de reële waarde van vermogen, de prijszetting van activa en de verwachtingen die beleggers inmiddels hebben ingebakken in hun portefeuilles.

Wat de situatie extra verraderlijk maakt, is het onderscheid tussen headline-inflatie en kerninflatie. Headline-inflatie schommelt mee met energieprijzen en is daarmee bedrieglijk vluchtig. Kerninflatie, die energie en voedsel buiten beschouwing laat, vertelt het echte verhaal voor beleggers in obligaties en langetermijnactiva.

CBS-data laat zien dat ook in 2025 de kerninflatie in Nederland structureel boven de 3% lag, gedreven door hardnekkige diensteninflatie in sectoren als zorg, onderwijs en zakelijke dienstverlening. Inflatie werkt als samengestelde rente. Maar dan in omgekeerde richting, en het vreet jaar na jaar aan je koopkracht zonder dat je het elke ochtend in je portefeuille ziet.

Bekijk de rekenkunde maar eens nuchter. Bij een prijsstijgingvoet van 3,4% over vijf jaar daalt de reële waarde van €100.000 naar €84.117. Dat is een koopkrachtverlies van €15.883. Ofwel 15,9% in vijf jaar. Zonder één slechte beleggingsbeslissing verlies je bijna een zesde van je koopkracht.

De paradox voor Nederlandse beleggers in 2026 is dat velen hun portefeuille aanpasten ná de kostenstijgingen van 2022. 2023, meer obligaties kochten op de verwachting van rentedaling, en nu opnieuw verkeerd gepositioneerd zitten voor een langer-hoger rente-scenario. Hoe beleggers zich eerder positioneerden, lees je in het artikel Inflatie 2024: Bescherm Je Vermogen Met Deze Portefeuillestrategie — een nuttige spiegel voor wie wil begrijpen hoe het zover heeft kunnen komen.

Het rente-sprookje dat niet uitkomt: waarom je obligaties onder druk staan

Er bestaat een romantisch beeld van obligaties als veilige haven. Stabiel, betrouwbaar, de trouwe golden retriever van je portefeuille. Maar bij aanhoudende prijsstijgingen boven de 3% gedraagt een langlopende obligatie zich meer als een lek schip. Het ziet er degelijk uit totdat je merkt dat je langzaam zinkt.

In 2024 en vroeg-2025 kochten veel beleggers. Met name in de leeftijdsgroep 50 tot 70. Obligaties op basis van de breed gedeelde verwachting dat de Fed en ECB de rente fors zouden verlagen. Dat scenario is niet uitgekomen. Chicago Fed-president Goolsbee liet in juni 2026 geen ruimte voor misverstand: met een Amerikaanse core PCE van 3,4% is een agressieve renteverlagingscyclus voorlopig een wensdroom.

Historisch volgt de ECB de koers van de Fed met drie tot zes maanden vertraging, waarmee ook de Europese rente langer hoog blijft dan de consensus verwachtte. De obligatie-rally die velen in hun scenario hadden ingeprijsd, verschuift naar 2027 of later.

Hier speelt het concept durationrisico een centrale rol. Een 10-jarige obligatie heeft een modified duration van ruwweg 7 tot 8. Dat betekent dat de marktwaarde met circa 7 tot 8% daalt per procentpunt rentestijging. Concreet: een belegger met €100.000 in 10-jarige Nederlandse staatsobligaties, gekocht op 3% coupon in 2024, ziet de marktwaarde dalen naar circa €92.000 tot €93.000 wanneer de marktrente naar 4% klimt. Dat is een papiersverlies van €7.000 tot €8.000 op een positie die eigenlijk "veilig" moest zijn.

En dat is nog het nominale verhaal. Het reële verhaal is nog pijnlijker. Een obligatieportefeuille van €100.000 die jaarlijks 2% reëel verliest doordat de prijsstijging hoger is dan de coupon, daalt over vijf jaar naar een reële waarde van €90.392. Een reëel verlies van €9.608 terwijl je nominaal "niets deed".

Dit stille verlies valt velen pas op wanneer ze hun kwartaaloverzicht vergelijken met de prijsstijgingen in hun dagelijks leven.

Kortlopend vs. langlopend: de durationkeuze die ertoe doet

Wie toch obligaties wil aanhouden in een langer-hoog-rente scenario, kan kortere looptijden van één tot drie jaar overwegen. De redenering is analytisch helder: kortere looptijden hebben een lagere koersgevoeligheid voor rentebewegingen, en bieden tegelijk de mogelijkheid om bij rentedaling opnieuw te herfinancieren op betere voorwaarden.

Dat is geen aanbeveling, maar een afweging van trade-offs die elke obligatiebelegger zichzelf zou moeten voorleggen.

Looptijd obligatie Duration (benadering) Koersdaling bij +1% rente Koersdaling bij +0,5% rente
2 jaar ~1,9 ~1,9% ~0,95%
5 jaar ~4,5 ~4,5% ~2,25%
10 jaar ~7,5 ~7,5% ~3,75%
20 jaar ~13,0 ~13,0% ~6,5%

De keuze voor looptijd is daarmee feitelijk een keuze over hoeveel renterisico je bereid bent te accepteren. In een omgeving waar de rente mogelijk nog verder stijgt of langdurig hoog blijft, betaal je voor lange looptijden een prijs die je niet altijd ziet staan op je rekeningafschrift.

Meer over de bredere context van rentebewegingen vind je bij Veilige Obligaties met Hoog Rendement, waar de trade-offs tussen rendement en risico concreet worden uitgewerkt.

Grafiek die duration-risico visualiseert: stijgende rentecurve met bijbehorend koersverlies

Sparen als bescherming? Waarom je koopkracht stiekem verdwijnt

Wie €100.000 op een spaarrekening parkeert bij 2,5% rente denkt veilig te zitten, maar tegenover een prijsstijgingvoet van 3,4% is de werkelijke boodschap eenvoudig: je vermogen krimpt elke maand in koopkracht. Het reële netto-rendement bedraagt in dit scenario min 0,9% per jaar, en dat is nog vóór vermogensbelasting box 3.

Want ook dat verhaal doet pijn: het fictieve rendement van 6,04% waarover de belastingdienst in 2026 heft, wordt belast ongeacht of je dat rendement daadwerkelijk hebt behaald. Je betaalt belasting over fictief inkomen terwijl de kostenstijging je reële inkomen wegvreet.

De getallen spreken voor zich. €100.000 op een spaarrekening bij 2,5% groeit over tien jaar naar €128.008. Diezelfde €100.000 actief belegd bij 8% gemiddeld rendement groeit naar €215.893. Het verschil: €87.884.

Dat is niet het verschil tussen goed en slecht beleggen. Dat is het verschil tussen meedoen en toekijken. En jij maar sparen.

Nuance is hier op zijn plaats. Een liquiditeitsreserve van drie tot zes maanden aan vaste lasten op een spaarrekening is zinvol. Dat is geen discussie. Het gaat om het surplus boven die buffer. De Nederlandse spaarcultuur is cultureel begrijpelijk, maar financieel-strategisch is een grote spaarpot een kwetsbaarheid in een omgeving waar prijsstijgingen hardnekkiger zijn dan iedereen hoopte.

Het is net als een bekertje met gaatjes: hoe hard je ook rent, er lekt altijd wat weg. Alleen loopt het bij kostenstijging in stille druppels.

  • Reëel rendement spaarrekening (2026): 2,5% rente minus 3,4% prijsstijging = -0,9% per jaar
  • Box 3 heffing: fictief rendement 6,04% wordt belast, ongeacht werkelijk behaald rendement
  • Verschil sparen vs. beleggen (10 jaar): €87.884. Zonder extra inleg, alleen door het rendementsverschil
  • Zinvolle spaarbuffer: 3. 6 maanden vaste lasten. Alles daarboven verdient een actievere allocatie

Dividendarandelen als schild tegen prijsstijgingen

Het geheim van bescherming tegen prijsstijging via aandelen zit niet in een hoog dividend, maar in dividendgroei. Een bedrijf dat zijn dividend elk jaar met 5 tot 8% verhoogt, vergoedt jou als aandeelhouder automatisch voor de kostenstijging-erosie die een obligatiecoupon structureel niet kan bieden.

Vergelijk het even nuchter: een obligatie met 4% coupon betaalt over tien jaar nog steeds €4.000 per €100.000. Niet één euro meer. Een dividendbetaler die start op 4% en elk jaar 6% verhoogt, betaalt in jaar tien meer dan €7.000 op datzelfde bedrag. Dat is de kracht van dividendgroei als bescherming tegen prijsstijgingen: je reëel inkomen stijgt mee.

Eén van de meest robuuste conclusies uit academisch onderzoek naar kostenstijging-scenario's. Waaronder het veelgeciteerde paper "The Best Strategies for Inflationary Times" — is dat bedrijven met sterke prijszettingsmacht het beste standhouden in inflatie-omgevingen. Prijszettingsmacht is het vermogen om hogere kosten door te berekenen aan klanten zonder significant volumeverlies.

Dit is precies het profiel van kwaliteits-dividend-groeiers die je zou willen bezitten in het huidige klimaat.

Unilever (ticker: UL) is in dit kader een schoolvoorbeeld dat de theorie met feiten onderbouwt. Het bedrijf heeft meer dan vijftig jaar ononderbroken dividend betaald en verhoogd, biedt anno 2026 een dividendrendement van circa 4%, en beschikt over een productportfolio. Van Dove zeep tot Hellmann's mayonaise tot Ben & Jerry's. Waarbij consumenten prijsstijgingen zonder merkfrictie accepteren.

In de periode 2022 tot 2024 verhoogde Unilever de verkoopprijzen met gemiddeld 9%, terwijl volumedalingen beperkt bleven. Dat is merkloyaliteit als economische bescherming in actie.

Eerlijkheid gebiedt ook de risicofactoren te benoemen. Unilever ondervond wél volumedruk in opkomende markten waar consumenten bij prijsstijgingen sneller omschakelen naar goedkopere alternatieven. Activist-investeerders dwongen in 2022 een strategische heroriëntatie af, en niet alle divisies presteren gelijk.

Wie Unilever onderzoekt als potentieel bescherming tegen prijsstijgingen, doet zijn eigen actuele due diligence op koers, dividendgroei-consistentie en schuldpositie. Dit is analytisch kader, geen kooptip.

De berekening maakt het concreet. Een vermogen van €250.000 belegd in kwaliteits-dividendarandelen met 4% initieel dividendrendement en 6% jaarlijkse dividendgroei levert in jaar 1 €10.000 dividend op. Ofwel €833 per maand. Ter vergelijking: diezelfde €250.000 op een spaarrekening bij 2,5% brengt €6.250 per jaar op, reëel onder de inflatielijn.

Het dividendscenario biedt €10.000 per jaar mét een groeiend inkomensperspectief. Meer over de opbouw van zo'n strategie lees je bij Dividend Groeiaandelen voor Passief Inkomen: Strategie & Praktijk.

Andere sectoren met bewezen beschermend profiel

Naast consumentengoederen-bedrijven zijn er meer sectoren die historisch aantoonbaar beter presteren in kostenstijging-omgevingen, volgens onderzoek naar inflatiestrategieën.

  • Utilities en nutsbedrijven: gereguleerde rendementen met inflatiegekoppelde tarieven. Bedrijven als Engie bieden structurele bescherming via contractuele prijsindexatie
  • Gezondheidszorg: de sector had in de week van 26 juni 2026 zijn sterkste relatieve prestatie ten opzichte van de bredere markt. Institutioneel geld stroomt zichtbaar naar defensieve kwaliteitssectoren
  • Consumer staples: dagelijkse basisbehoeften kennen minder prijselasticiteit. Consumenten kopen tandenborstels, wasmiddel en soep ongeacht de economische conjunctuur

Wat opvalt in de data van 2026 is dat de traditionele bescherming juist teleurstelt. Goud staat circa 8% lager year-to-date, zilver zelfs circa 20% lager. Wie puur op het narratief "goud beschermt tegen prijsstijging" koopt zonder verder te kijken, zit kwetsbaar.

Goud kan een rol spelen in een gediversifieerde portefeuille, maar als enige bescherming schiet het dit jaar structureel tekort. Lees waarom goud desondanks een rol kán spelen bij Goud en zilver beleggen: bescherm je vermogen tegen inflatie — met de nuance die bij dit onderwerp hoort.

Sectorrotatie in een stagflatie-scenario

Sectoren-wiel of heatmap die laat zien welke sectoren winnen en verliezen in een prijsstijging-scenario

Stagflatie is de nachtmerrie waarvoor geen makkelijke spreadsheet bestaat: het is de combinatie van trage economische groei én aanhoudende prijsstijging, en het raakt zowel groei-aandelen als obligaties tegelijk. Groei-aandelen worden harder gedisconteerd door hogere rentes, terwijl de economische vertraging de winstontwikkeling drukt. Een dubbele klap die een portefeuille vol hoog-gewaardeerde tech-namen kwetsbaar maakt.

Een bedrijf met een koers-winstverhouding van 40 verliest bij een rentestijging van 1% proportioneel veel meer via hogere disconteringsvoeten dan een bedrijf met een koers-winstverhouding van 12. Dat is geen mening, dat is de mechanica van waardering.

De marktdata van juni 2026 geeft al een eerste zichtbaar signaal. De gezondheidszorgsector boekte zijn beste relatieve week ten opzichte van de bredere markt. Institutionele beleggers roteren actief van speculatieve groei naar defensieve kwaliteit. De particuliere belegger die dat patroon herkent en begrijpt, staat eerder aan de goede kant van de sectorverschuiving dan wie passief wacht op een breed index-product.

Dat is sectorrotatie op basis van fundamentele analyse, niet op basis van markttiming.

Sectoren met een historisch sterk track record in kostenstijging-omgevingen met lage groei, op basis van academisch onderzoek ("The Best Strategies for Inflationary Times"):

  • Consumer staples: dagelijkse basisbehoeften met bewezen prijszettingsmacht
  • Healthcare: relatief inelastische vraag, sterk defensief profiel
  • Energy: grondstofgebonden inkomsten die meestijgen met prijsstijging
  • Utilities: gereguleerde en geïndexeerde cashflows

Sectoren die het zwaarst lijden zijn hoog-gewaardeerde technologiebedrijven, waarbij toekomstige winsten ver weg in de tijd liggen en dus zwaarder worden gedisconteerd, en discretionaire consumentensectoren, waarbij de economische vertraging bestedingen aan luxeproducten en diensten snel doet dalen.

Wie in een breed passief index-product zit, bezit automatisch beide groepen. De winnaars én de verliezers. Actieve selectie biedt de mogelijkheid om de verliezers te mijden.

Sectorrotatie is geen market-timing. Het is fundamentele analyse van welke bedrijfsmodellen structureel veerkrachtiger zijn in een specifiek macro-regime. Dat is precies het soort analyse dat actieve beleggers onderscheidt van wie passief afwacht.

Voor een uitgewerkte aanpak van een crisisbestendige portefeuille verwijzen we naar de 10-Pijlerstrategie Beleggen, die het theoretische kader vertaalt naar een concreet portefeuille-raamwerk voor 2026.

Grondstoffenproducenten vs. fysieke grondstoffen: het onderscheid dat telt

Terwijl goud en zilver als fysieke bezitting dit jaar teleurstellen, presteren grondstoffenproducenten als categorie anders. Mijnbouwbedrijven, oliemaatschappijen en agrarische bedrijven hebben eigen prijszettingsmacht én winstgroei-potentieel bovenop de grondstofprijs zelf.

Een goudstaaf betaalt geen dividend, genereert geen cashflow en bouwt geen bedrijfswaarde op. Een goudmijnbedrijf doet dat wel. Het verschil lijkt subtiel maar is in de praktijk enorm bij een kostenstijging-analyse over meerdere jaren.

Wie de bredere impact van stagflatie op je vermogensbelasting wil begrijpen, leest verder bij Vermogensbelasting 2026: 5 strategieën tegen stagflatie.

Praktische portefeuille-denkoefening: hoe kwetsbaar ben je?

Goed, laten we even concreet worden. De theorie is helder, maar de vraag die telt is wat jóuw portefeuille feitelijk doet in het huidige klimaat. Hieronder volgt een analytisch kader. Geen advies, wel de onderzoeksvragen die elke kritische belegger zichzelf zou moeten stellen bij het doornemen van zijn kwartaaloverzicht.

De eerste vraag die elke belegger zichzelf nu zou moeten stellen is simpel maar ongemakkelijk: welk percentage van mijn portefeuille genereert inkomsten die meestijgen met prijsstijging, en welk percentage heeft een vaste nominale coupon of rente die dat juist niet doet? Een diagnostische checklist helpt daarbij.

  • Vastrentend (obligaties, spaarrekening): welk percentage van je totaal? Wat is de gemiddelde looptijd? Wat is het reëel rendement na prijsstijging van 3,4%?
  • Aandelen: welke sectoren domineren? Hebben deze bedrijven aantoonbare prijszettingsmacht, of zijn het prijsnemers die bij kostenstijging marge verliezen?
  • Vastgoed: direct of indirect? Is huurindexatie contractueel verankerd, of loopt die achter op de werkelijke prijsstijging?
  • Liquiditeit: hoeveel maanden dekking biedt de noodpot, en staat er een surplus op de spaarrekening dat feitelijk koopkracht verliest?

Een nuttige tweede vraag bij obligatieposities: wat is de gemiddelde duration van je obligatieportefeuille, en wat gebeurt er met de marktwaarde als de rente nog met 0,5% stijgt? De rekenkunde is eenvoudig: een portefeuille met gemiddelde duration van 7 jaar verliest circa 3,5% marktwaarde bij een rentestijging van 0,5 procentpunt.

Op een obligatieportefeuille van €200.000 is dat een papierverlies van €7.000. De vraag is niet of dit kan gebeuren. De vraag is of dit risico bewust is ingeprijsd in je totale portefeuille-scenario.

Tot slot: de kostenstijging-vraag gaat uiteindelijk over reëel rendement, niet nominaal rendement. Wie zijn portefeuille analyseert door alle rendementen eerst te defleren met de actuele inflatieverwachting van 3,4%, ziet een heel ander plaatje dan de bruto-rendementen in zijn kwartaaloverzicht.

Het praktische hulpmiddel hiervoor is de Fisher-vergelijking: reëel rendement ≈ nominaal rendement minus prijsstijging. Een obligatie met 3% coupon levert bij 3,4% prijsstijging een reëel rendement van -0,4%. Zo simpel is het.

Voor wie de stap wil zetten van analyse naar het opbouwen van structureel passief inkomen als tegenwicht tegen prijsstijging-erosie, biedt Passief Inkomen Opbouwen: Maandelijks Extra Geld via Beleggen een praktisch vertrekpunt.

Conclusie: hoe herpos je je portefeuille voor 2026

De hoofdboodschap van dit artikel is niet dat je alles moet omgooien. De boodschap is dat een portefeuille gebouwd op het scenario "prijsstijging daalt, rente daalt, obligaties stijgen" in 2026 een verkeerd uitgangspunt heeft. De gevolgen van vorig jaar zijn actueel.

Rentes blijven langer hoog, obligaties zijn kwetsbaarder dan velen denken, spaarrentes verslaan prijsstijging niet, en de traditionele bescherming via goud en zilver heeft dit jaar structureel gefaald.

Wie de stap wil zetten van diagnostiek naar actie, heeft geen uitgebreid financieel model nodig. Wel de juiste vragen. Welke bedrijven in mijn portefeuille hebben echte prijszettingsmacht? Welke inkomsten groeien mee met prijsstijging? En welke posities zijn feitelijk gebouwd op hoop?

Dat laatste is geen retorisch punt. Het is de scheidingslijn tussen beleggers die slapen en beleggers die wakker liggen. Kostenstijging is niet iets wat je "overleeft" door te wachten. Het is iets wat je adresseert door je portefeuille actief te laten werken. De beleggers die dat begrijpen, liggen 's nachts rustiger.

Wat kun je nu doen?

  1. Analyseer je obligatiepositie op duration-risico. Bereken wat je werkelijke blootstelling is aan rentegevoeligheid en onderzoek of kortere looptijden beter passen bij het huidige macro-klimaat van langer-hogere rente.
  2. Verdiep je in dividend-groeiaandelen met aantoonbare prijszettingsmacht. Sectoren als consumer staples en healthcare hebben historisch aantoonbaar betere reële rendementen in omgevingen met aanhoudende prijsstijging. Unilever is één voorbeeld. Er zijn er meer te onderzoeken.
  3. Bereken je reëel rendement, niet je nominaal rendement. Trek de huidige inflatieverwachting van 3,4% af van elk rendementscijfer in je portefeuille en kijk wat er overblijft. Het beeld verandert vaak ingrijpend.
  4. Beoordeel je spaarbuffer kritisch. Houd drie tot zes maanden vaste lasten liquide. Alles daarboven verdient een actievere allocatie die koopkracht in stand houdt in plaats van stil erodeerrt.
  5. Analyseer je sectorblootstelling op stagflatie-robuustheid. Welk deel van je aandelenportefeuille zit in hoog-gewaardeerde groeinamen met een hoge rentegevoeligheid, en welk deel in defensieve kwaliteitsbedrijven met stabiele cashflows?

Voor verdiene verdieping op deze thema's zijn twee artikelen bijzonder relevant: Vermogensbelasting 2026: 5 strategieën tegen stagflatie gaat dieper in op de fiscale dimensie van dit verhaal, en Dividend Groeiaandelen voor Passief Inkomen werkt de dividendstrategie praktisch uit voor de Nederlandse belegger.

Bronnen

  1. Neville, H., Draaisma, T., Funnell, B., Harvey, C.R., & Van Hemert, O. (2021). The Best Strategies for Inflationary Times. Man Group / Duke University. Beschikbaar via SSRN.
  2. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Consumentenprijsindex Nederland 2024. 2025. www.cbs.nl
  3. Federal Reserve Bank of Chicago. Statements and speeches by President Austan Goolsbee, juni 2026. www.chicagofed.org
  4. U.S. Bureau of Economic Analysis. Personal Consumption Expenditures Price Index (Core PCE), mei 2026. www.bea.gov
  5. Fama, E.F. & French, K.R. (1992). The Cross-Section of Expected Stock Returns. Journal of Finance, 47(2), 427. 465.
  6. Fisher, I. (1930). The Theory of Interest. Macmillan. [Basis voor de Fisher-vergelijking: reëel rendement ≈ nominaal rendement minus inflatie]
  7. Belastingdienst Nederland. Box 3: Sparen en beleggen. Fictief rendement 2026. www.belastingdienst.nl

Beter dan de Bank — Gratis boek (alleen €6,95 verzendkosten). Bekijk hier.

Disclaimer: Dit artikel is geschreven voor educatieve doeleinden en vormt geen beleggingsadvies of aanbeveling tot het doen van transacties. De informatie in dit artikel is met zorg samengesteld, maar Beleggen.com aanvaardt geen aansprakelijkheid voor onvolledigheid of onjuistheid. Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kunt (een deel van) je inleg verliezen. Doe altijd je eigen onderzoek en raadpleeg een financieel adviseur voordat je beleggingsbeslissingen neemt.

Harmen van Wijk

Harmen van Wijk

Harmen van Wijk is oprichter van Beleggen.com en auteur van de boeken "In 10 Stappen Succesvol Beleggen", "Baby's Eerste Miljoen" en "Beter dan de Bank". Met meer dan 20 jaar ervaring in de beleggingswereld helpt hij Nederlandse en Belgische particuliere beleggers met praktische strategieën voor vermogensopbouw en financiële vrijheid.

LinkedIn logo icon
Youtube logo icon
Back to Blog
🔇 Klik voor geluid

De meest succesvolle beleggers delen één geheim.

Het staat niet in de krant. Het heeft niets met de beurs te maken. En vrijwel geen enkele particuliere belegger doet het.

In deze gratis training laat ik je precies zien wat het is, én hoe je het vandaag nog toepast.

👉 Meld je gratis aan:
Harmen van Wijk

Harmen van Wijk

Oprichter Beleggen.com · 38 jaar ervaring
124.000+ beleggers geholpen

→ Volledige bio
15–20% rendement per jaar
124K+ beleggers geholpen
38 jaar ervaring

Na mijn studie bedrijfseconomie werkte ik o.a. mee aan het opzetten van de beleggingssites van SNS Bank, de ABN Amro Turbo's en was ik sitemanager van De Financiële Telegraaf. Inmiddels help ik particuliere beleggers met bewezen strategieën.

Voormalig
SNS Bank · BinckBank · SNS FundCoach · ABN Amro Turbo's · De Financiële Telegraaf
Te zien & te horen bij
BNR Nieuwsradio Radio 1 Radio 2 EenVandaag Business Class Netwerk Rondom 10 FinanceTelevision
Auteur van o.a.

Of ontvang direct de 10 stappen:

Ontvang nu gratis

BeursBulletin Alerts B.V. | Beleggen.com | Beter Dan De Bank © 2026
​Algemene Voorwaarden | Privacy | Disclaimer | Inkomsten Disclaimer

TEL: 31352031867

KvK nr: 34244390
​​​ Huizermaatweg 31, 1273 NA Huizen, Nederland

Belangrijk om te wetenBeleggen.com biedt uitsluitend educatie en coaching aan particuliere beleggers. Wij verstrekken geen beleggingsadvies, vermogensbeheer of andere diensten waarvoor op grond van de Wet op het financieel toezicht (Wft) een vergunning of registratie vereist is. Beleggen.com beschikt daarom niet over een vergunning van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en valt niet onder AFM-toezicht. De informatie op deze website is algemeen van aard, niet toegesneden op uw persoonlijke situatie en kan niet worden beschouwd als een persoonlijke aanbeveling tot het kopen, verkopen of aanhouden van financiële instrumenten. Beleggen brengt risico's met zich mee; u kunt (een deel van) uw inleg verliezen. U bent zelf verantwoordelijk voor uw beleggingsbeslissingen.